Atelier de la Charité 

landelijk logeren

Des tarés

De politie is je beste vriend, dat was jaren geleden de slogan in Nederland. Veel mensen vinden de gevolgen daarvan rampzalig; de politie kan wel wat meer autoriteit gebruiken, niemand neemt ze nog serieus. Politiemannen en -vrouwen aan wie je gewoon de weg kunt vragen en die zich netjes voorstellen wanneer ze je aanhouden, dat kan niet effectief zijn. Nee, neem dan de Franse gendarme. Gevestigd in een kazerne, altijd met minimaal drie man/vrouw op pad, rubberen kogels om op demonstranten te schieten en de wacht houden met automatische geweren in de aanslag. Dat dwingt veel meer respect af. Toch? Tup, onze jongste zoon, kan erover meepraten.

Gisteren, op klaarlichte dag, ging hij met een vriend op verkenning in een leegstand pand. Nee, dat mag natuurlijk niet, want als het niet van jou is, dan is het van iemand anders. Maar ja, ze waren nieuwsgierig en het stond al jaren leeg. Er hing wel een camera, maar die deed het vast niet. Dachten ze. Ze hebben er vrolijk naar gezwaaid. Nou, die camera deed het dus wèl en de eigenaar stuurde het beeld door naar de politie: twee zwaaiende jongens, 16 jaar, gekleed in een shirtje en een korte broek.

Tien minuten later, inmiddels waren de jongens op de vliering geklommen, viel de politie binnen. Eén gewoon team en één speciale eenheid met kogelvrije vesten. In totaal zes man waarvan er drie hun pistolen op de jongens richtten. ‘Spring of ik schiet’. ‘Ja maar’, zei Tup, ‘kan dat wel, van die hoogte?’ SPRING OF IK SCHIET! Tja, dan spring je dus. Beide jongens tegen de grond gewerkt - in de bramen en de brandnetels - knie in de rug, geboeid, gefouilleerd en daarna met geweld afgevoerd. Ieder in een aparte auto met drie gendarmes.

Geen toelichting, geen verhaal over hun rechten of wat er nu verder zou gebeuren. Tup probeerde het nog dapper. ‘Waar brengt u ons naartoe, naar het commissariat?’.’ Ja, wat denk jij dan, dat we nepgendarmes zijn?’ ‘Waar dan, Vervins of Hirson?’. Geen antwoord. ‘En wat gebeurt er daarna?’ Geen antwoord. ‘Mag ik mijn moeder bellen’ ‘Nee’ Ondertussen reden de dappere handhavers van de wet 20 km te hard en droeg slechts één een veiligheidsgordel. Maar dat terzijde.

Nadat de jongens onafhankelijk van elkaar waren verhoord, mochten ze worden opgehaald. Er werd gesproken over het overtreden van de wet, een mogelijke rechtszaak als de eigenaar een aanklacht zou indienen en een daaruit volgend strafblad met consequenties voor hun verdere schoolcarrière. De schaafwonden aan gezicht, armen, benen en de striemen op hun polsen waren van geen belang en volledig gerechtvaardigd. Want ja, je weet het nooit hè? Wuivende jongens kunnen zomaar zwaarbewapende boeven zijn.

Vanuit het bureau zagen we een aantal van de betrokken gendarmes in blinkende sportauto’s huiswaarts rijden. Hun dienst zat erop. Zouden die mannen na afloop van hun interventie heel tevreden over zichzelf zijn geweest? Een schouderklopje van hun superieur hebben gekregen? ‘Goed werk jongens.’ Of misschien hebben ze de gelegenheid gewoon aangegrepen voor een leuke oefening. De eigenaar -die ook naar het bureau was gekomen- vertelde trots dat hij zijn terrein regelmatig ter beschikking stelt aan de politie. Eén ding is zeker, Tup is zijn respect voor de Franse politie voor eeuwig kwijtgeraakt. ‘Des tarés!’