Atelier de la Charité 

landelijk logeren

Confinement

De tweede week van le confinement (lockdown) is alweer bijna voorbij. De tijd vliegt. Het is mooi weer en we hebben ons gestort op het klaarmaken van het terrein. Na een winter is alles groen uitgeslagen, bemost, vol dode blaadjes en onkruid en gras beginnen alweer te groeien. Dus gaan we aan de slag met hoge drukspuit, emmers sop, schoffel, hark en maaimachine. En dat is heel veel werk op een terrein van 3 hectare. We krijgen er altijd een gehaast gevoel van. Snel, nu het weer nog mooi is, dan is alles klaar voor de komende Paas- en meivakantie. Met of zonder gasten.

Ook de jongens profiteren van het mooie weer. We hebben de paal met basketbalnet -die na een storm was omgegaan- weer geïnstalleerd, evenals de tafeltennistafel en de trampoline. Tup oefent zijn wheelies op de zeer rustige weg. Slechts af en toe ziet hij een chauffeur met vermanend vingertje. Politie kom je hier niet tegen. We hebben het luxe vergeleken met al die mensen die eenzaam of juist het met het hele gezin in een klein appartementje zitten zonder balkon. Dat beseffen we maar al te goed. Als we willen, kunnen we de komende twee weken (zolang gaat het nog minimaal duren) elke drie dagen van woning veranderen.

Maar toch, afgelopen week begon me na de aanvankelijke lentelichtheid een gevoel van gevangenschap te bekruipen. Natuurlijk zit ik niet in een cel, zoals een psycholoog op televisie ons streng voorhield, maar ik kan niet gaan waar ik wil. Alleen werk, aankoop van 1e levensbehoeftes, medische afspraken, hulpverlening en individuele lichaamsbeweging (binnen een straal van 1 km van huis) zijn toegestaan. En dan moet je er wel voor zorgen dat je je ID-bewijs en de officiële dérogation ingevuld en ondertekend bij je hebben. Het idee dat ik, terwijl ik een Nederlands paspoort heb, niet terug kan naar mijn eigen land, bezorgt me visioenen van dictaturen en oorlog.

Het volgen van de media is daarbij niet echt bevorderlijk voor mijn gemoedstoestand. Na dagelijks het nieuws op de voet te hebben gevolgd, houd ik nu een beetje afstand. Ik ga liever een boek lezen, een beetje gitaar spelen, taarten bakken of bellen met vrienden en familie. De een na de ander belt of appt om iets te vernemen uit het strenge Frankrijk. Dat helpt om te relativeren; de situatie in Nederland komt in de praktijk eigenlijk op hetzelfde neer en er is nog niemand ziek. Dat ik voorlopig de grens niet over kan, wordt ineens wat minder belangrijk. Ik kan me weer rustig focussen op de grote schoonmaak.