Atelier de la Charité 

landelijk logeren

Kip

Veel mensen in de buurt houden kippen. Ruimte genoeg dus waarom niet. Het levert lekkere eieren op en de overtollige hanen en oude kippen gaan de pan in. Vroeger hadden veel mensen ook nog konijnen. Nee, die waren natuurlijk niet om te aaien maar ook om in de pan te stoppen. De oude huizen waren aan de buitenkant allemaal uitgerust met kleine hokjes om de beestjes in vet te mesten. Ganzen hadden de mensen ook, hoewel die los rond mochten lopen. Dan konden ze het erf bewaken alvorens met kerst op tafel te belanden.

Wij hebben ook kippen, de afgelopen zomer echter nog maar twee. De anderen waren al eerder van hun stok gevallen. We besloten de laatste twee te laten volgen. De ene was namelijk gewond en de andere zou anders zielig en alleen achter blijven. Alleen, wie gaat de kippen doden? Tup zit er niet mee maar is te jong om met messen te zwaaien, ma wil wel plukken maar geen kop afhakken en pa is overtuigd vegetariër. De vorige keer ging de buurman slachten en konden onze kippen er nog wel bij. Nu biedt een gast vrijwillig zijn diensten aan.

De laatste keer dat ik een van onze kippen heb bereid, moest je behoorlijk je best doen om het vlees los van het bot te krijgen. Kauwen was een krachttoer. Dit keer wil ik een malse kip. Volgens de buurvrouw, een zeer ervaren kippenslachtster, is een kip tot twee jaar nog goed te verorberen. Dat is hoopvol; de gezonde kip is dik, vet en nog geen twee jaar. Voor de zekerheid toch maar gezocht naar een slow cooking recept. Met een citroen in haar achterste en vier uur stoven op 90 graden moet het goed komen.

Tja, wat zal ik er van zeggen; de smaak was goed, maar het was natuurlijk toch een gespierd beestje. De jongens waren echter zeer tevreden; eindelijk vlees en nog lekker ook. Beetje jammer van de makke kip maar ze heeft een goed leven gehad en er volgen anderen. Eigenlijk ben ik best trots op mijn jongens die zonder misplaatst schuldgevoel zitten te smullen van hun eigen kip in plaats van een anoniem, vetgemest, kreupel en opgeblazen ‘vleesje’.