Atelier de la Charité 

landelijk logeren

   Wonen, werken en naar school gaan in Frankrijk

Eigenlijk heb ik een hekel aan blogs. Gewone individuen die hun eigen leven, meningen, interesses en bezigheden zo belangrijk vinden dat ze daar wekelijks of zelf dagelijks over willen schrijven. Egodocumenten. Daar heb ik het niet zo op. Maar, ik vind zo’n stukje schrijven ook leuk en dus was ik daar een paar jaren geleden toch maar mee begonnen. En weer mee gestopt. En op facebook weer mee begonnen. En weer gestopt. Elke keer die twijfel, hoe serieus moet een mens zichzelf nemen. Niet teveel, daar ben ik van overtuigd. En juist daarom ga ik het toch weer proberen. In de wetenschap dat ik geen ‘echte’ schrijver ben en dat ook niet hoef te worden. Wat ik wel leuk vind, is om jou, als (toekomstige) gast een beetje deelgenoot te maken van ons leven. Zodat je een beter idee hebt waar en bij wie je terecht komt. Die oude stukjes heb ik er daarom ook maar bij gezet. Misschien boeit het, misschien niet. Kijk maar.

Annemieke
december 2017

Autoriteit

Nederlanders zijn over het algemeen direct, hebben graag inspraak en zijn niet gevoelig voor rangen en standen. Hoewel ze zelf de neiging hebben om zich daarover op de borst te slaan, denkt de rest van de wereld daar anders over. Ook in Frankrijk. En zeker als het kritiek betreft (of laten we het positief houden; feedback) op iemand die hoger in de hiërarchie staat. En hiërarchisch is het hier nogal. Dat betekent dat als de baas, de dirigent of de leraar iets zegt, het gewoon zo is. Dat moet je accepteren. Of niet, maar dan kun je beter weggaan. Als dat kan.

Zelf ben ik een nogal volgzaam type. Ik mopper wel als ik het ergens niet mee eens ben, maar niet tegen de betreffende persoon. Uitspreken doe ik me zelden en al helemaal niet in een groep. Lafbekkengedrag. Niet echt Nederlands. Ik pas hier eigenlijk prima. Rick is echter een Super Nederlander. Heel erg eerlijk, recht voor z’n raap, overal een mening over en niet bereid tot vousvoyeren (u zeggen). Bot, zou je ook kunnen zeggen.

Als hij in Frans gezelschap iets zegt, weten mensen in eerste instantie niet zo goed wat ze daar mee aan moeten. Ze gniffelen een beetje. Zou ie het nou serieus menen? Op bijval hoeft hij niet te rekenen. Dat wordt je hier al vroeg genoeg afgeleerd; op school worden ‘brutale’ leerlingen gestraft met nablijven of het reglement overschrijven. Gewoon niet teveel nadenken en schouders ophalen als iets je niet bevalt.

Maar dat is heel erg lastig voor assertieve types. Zeker in conservatieve bolwerken als een harmonie – waar alle drie de mannen deel van uitmaken. Een Iers volkslied spelen als een mis (‘pianissimo’), de stukken na elke valse noot stilleggen, verwachten dat de tenor sax net zo weinig decibellen produceert als de dwarsfluit en een 150-jarig jubileum annuleren omdat de dirigent himself zich niet zo goed voelt. Nooit zal de chef d’orchestre toegeven dat dat allemaal een beetje apart is.

Aanstaande zondag organiseert de harmonie een assemblee générale (algemene ledenvergadering). Normaal een moment waarop je je kunt uitspreken. Uit ervaring weten we echter; de dirigent is de harmonie. Een instituut op zich. Je luistert, zwijgt en accepteert. Het is misschien maar het beste om helemaal niet heen te gaan, zucht mijn echtgenoot. Conflictvermijding, niet echt zijn stijl. En het helpt ook niet op de lange termijn; de vraag is niet of hij weggaat, maar wanneer. Opnieuw op zoek naar een democratisch muziekgezelschap. Ze bestaan. Vast.

Vervolg nieuwsbrief januari 2018

Nieuwsbrief januari 2018

Groentetuin

Bijna iedereen bij ons in de buurt heeft een groentetuin. Logisch. Grond genoeg en groente van eigen tuin is lekkerder en goedkoper. Tuinieren is bovendien hèt recept voor een lang, gelukkig en gezond leven. Het is een beetje moeilijk te verdedigen dat wij – met 3 ha grond – geen groentehoekje hebben.

Ik heb het een paar jaar geprobeerd. In de hoop ook zo’n gelukkig en evenwichtig buitenmens te worden. Bovendien ben ik een tuindersdochter. Je zou denken, het moet toch ergens - heel diep weggestopt- in de genen zitten. Nee dus. Die koude grond, de wurmen, slakken, luizen, rupsen, het eeuwige onkruid, het gefrunnik met zaadjes en stekkies. Het duurde even voordat ik het aan mezelf toe durfde te geven, maar ik heb er eigenlijk gewoon een hekel aan.

We liften nu een beetje mee op het overschot van de buren. Mensen (vooral dames) die vol overgave tuinieren. Lekker ’s ochtends vroeg of ’s avonds na het werk de tuin in. Ook in dit jaargetijde. Met als resultaat een goede opbrengst en een tuin waarin alles spik en span is. Gewoon, zoals het hoort als je op het platteland woont. Ik schaam me diep.

Gelukkig ben ik getrouwd met een stadsjongen die tuinieren wèl leuk vindt. Hij heeft zich sinds kort gestort op de aanleg van een groentetuin volgens de principes van de permacultuur. De grond wordt bedekt met composteerbare materialen en daartussen staan de plantjes door elkaar zodat ze elkaar versterken en beschermen. Minder onderhoud en een betere opbrengst zonder spuiten. Verse sperziebonen, bietjes, sla, doperwtjes. Mmm. Nog even geduld.

Johnny Hallyday (2)

Tup, die ’s ochtends gewekt wordt door de wekkerradio, zei vorige week aan het ontbijt: Johnny is dood. Oh jee, dachten we meteen, dan hoeven we komende week geen televisie meer te kijken of radio te luisteren. Dagenlang worden we bedolven onder optredens, interviews documentaires en rouwbetuigingen van bekende en onbekende Fransen. Johnny is in Frankrijk namelijk de grootste rockster allertijden en nu al een legende.

Voor Nederlanders is hij een fenomeen wat een beetje aan ons voorbij is gegaan. Wij kennen Franse chansonniers zoals Charles Aznavour, Gilbert Bécaud en Julien Clerc. Maar Johnny Hallyday, oftwel Jean-Philippe Smet, is hier bijna zestig jaar immens populair geweest. Begonnen op zijn 16e als Elvis kloon en op zijn 74e geëindigd met een eigen stijl. Een beetje kitsch, heel erg rock ‘n roll en voetbalstadia vol fans. Een combi van Hazes en Brood, maar dan nog groter.

Groot genoeg om als symbool te worden vergeleken met de Eiffeltoren. Groot genoeg om tijdens de afscheidsdienst op de aanwezigheid van de president en zijn voorgangers te kunnen rekenen. Groot genoeg ook om tijdens de rouwstoet in Parijs te worden begeleid door 700 bikers en 1500 politieagenten. Gekkenhuis. Alsof de koning werd begraven.

Gisteren hebben we voor de tweede keer deze week de Paris Match ontvangen, beide nummers geheel gewijd aan leven en dood van Johnny. Er is geen ontkomen aan, ik ga toch kijken, lezen, luisteren en meeleven. Geen fan, niet Frans en toch een beetje meegezogen in de hysterie.

Opruimen

Wij hebben voor Nederlandse begrippen een groot huis en daarmee een luxe probleem; teveel ruimte. En het is net als op vakantie gaan met een grote auto, je propt ‘m helemaal vol, ook al zou je het met een klein autootje ook gered hebben. Zo hebben wij twee grote vertrekken die we niet bewonen, maar wel helemaal hebben vol gestouwd.

Volgestouwd met spullen voor de huisjes (extra serviesgoed, beddengoed, matrassen etc.) en heel veel persoonlijke, in de loop van de jaren bij elkaar vergaarde spullen. Een jukebox, oude scootertjes, een gedemonteerde flipperkast, langspeelplaten, boeken, modelautootjes, een enorme drankvoorraad, jaren vijftigspulletjes, een glasverzameling, ontelbare bordspelletjes, een valse piano, schilderijen, lege lijsten, een kist vol liefdesbrieven en ga zo maar door. Het werd te erg. We konden letterlijk niet meer door de ruimtes lopen, laat staan iets terugvinden.

Tijd dus om op te ruimen. Maar pff, hoe groter de berg, hoe minder zin en waar moet je in godsnaam beginnen. Nou, dacht Rick, gewoon ergens en dan ontstaan er vanzelf gaten. En vooral niet luisteren naar de adviezen van opruimgoeroes –weggooien wat je een jaar niet meer hebt aangeraakt- want dan belanden er een hoop mooie spulletjes in de container.

En nu is er na jaren zowaar een echt atelier ontstaan. Geen timmerwerkplaats (dat heet in het Frans ook een atelier en dat hebben we al) maar een ruimte om te tekenen, te schilderen, plaatjes te draaien, te mijmeren over toekomstige projecten en eventueel samen te werken met gelijk gestemde zielen. Als je je aangesproken voelt, ben je volgend jaar van harte welkom.

Nu de tweede ruimte nog. Die komt voor mijn rekening. Ik zie er naar uit…

Nieuws

In herfst en winter komt het Nederlandse leven hier met druppeltjes binnen. Af en toe wat gasten of bezoek en verder uit Nederland meegebrachte tijdschriften en in het weekend de Volkskrant. De hypes, de trends, het nieuwe kabinet, het koningshuis (in het buitenland word je vanzelf sentimenteel), de Pietenstrijd, maar ook internationaal nieuws halen we grotendeels uit Nederlandse bladen. Want het Franse journaal (we hebben geen NL zenders) is vooral erg Frans.

Voor een internationale benadering zullen we Franse kranten of opiniebladen moeten gaan lezen, maar dat doen we na al die jaren nog steeds niet. Afgezien van de regionale krantjes. En niet te vergeten de Paris Match, een tijdschrift waarmee we een beetje op de hoogte blijven van alle actuele, dramatische gebeurtenissen en het leven van de (Franse) VIP’s. Nou ja lezen, vooral bladeren, koppen snellen en foto’s kijken. Daar moet je je als goed opgeleide burger eigenlijk voor schamen en dat doen we ons dan ook. Kortom, er moet een serieuze Franse krant komen. Ook voor de kinderen, die nu langzamerhand wat nieuws tot zich moeten nemen en niet alleen maar via de televisie.

Maar wat een ellende, die Franse geschreven taal. Elitair gereedschap, niet bedoeld voor gewone burgers en zeker niet voor Nederlanders. Rare werkwoordsvormen, onnavolgbare zinsconstructies en woorden die geen normaal mens gebruikt. Laat ik het positief benaderen, het is een uitdaging. Belangrijk ook, voor onze integratie. Ik zal nog eens kijken welke krant het gaat worden. Straks. Nu eerst even lekker op de bank met LINDA, Libelle en Sir Edmund.

Hout

Eindelijk mooi weer, maar het is ook koud en dat betekent flink stoken. Niet meer met gas, zoals in het begin dat we hier woonden, maar met hout. Gas is geen stadsgas, maar wordt ter plaatse geleverd door een vrachtwagen en is veel te duur. Veel mensen stoken daarom op hout en houden de boel vorstvrij met elektrische kachels. Gezellig, romantisch, sfeervol, daar droomt iedere stadsmens van. Ik ook, in den beginne.

 Ik begreep er niets van dat Rick in zijn recent opknapte boerderij geen houtkachel had geïnstalleerd. Er zat nota bene een originele stookplaats en enorme schoorsteen in. Hij had andere ideeën van romantiek dan waxinelichtjes en een knapperend haardvuur. Net als de de oudjes, die nog weten wat een armoede het was om op hout of kolen te stoken. De dag koud beginnen, dagelijks hout halen, de aslade legen, elk half uur een blok op het vuur leggen en heel veel stof in huis. Pfff. Langzaam begin ik het ook in te zien. Gevaarlijk is het bovendien. Ieder jaar gaat hier wel een huis in vlammen op.

En dan nog al het voorwerk. Je kunt droog hout laten brengen, maar om de kosten te drukken hebben veel mensen een eigen stukje bos of haag. In hun vrije weekend gaan ze ‘au bois’. Er moet worden gekapt, gespleten, gestapeld en gedroogd (het hout moet minimaal twee jaar liggen). Dan snap je ook meteen waarom je hier in het bos zo weinig wandelende mensen tegenkomt. Bos is voor het hout, de jacht, de paddenstoelen en daarna heb je het wel gezien. Net als dat vuurtje.

Driekoningen

Vandaag is het Epiphanie (driekoningen) en wordt traditiegetrouw 'galette des roi' gegeten. In de taart zit een 'fève' verstopt; een klein porseleinen beeldje, vroeger een tuinboon. Degene die 'm vindt is de koning(in). De winkels liggen er vol mee, wij bakken hem zelf. Hier volgt het recept. Je mag de galette de hele maand januari nog eten.

Ingredienten:
- 2 rollen bladerdeeg
- 125 gram gemalen amandelen (amandelmeel)
- 125 gram suiker
- 125 gram roomboter
- 2 eieren
- eventueel een paar druppels amandelessence, een scheutje rum, of een volle theelepel citroenrasp
- een fève, een hele amandel, een munt of een boon
- 1 eidooier 

Bereiding
- verwarm de oven voor op 200 °C
- laat de boter zachtjes smelten en roer (niet kloppen) de gemalen amandelen, de suiker, de roomboter en de smaakmakers erdoor
- spreid één plak bladerdeeg uit op een bakplaat (bedekt met bakpapier) en bestrijk deze met het amandelmengsel, laat rondom 1,5 cm vrij water
- stop de fève in de vulling (aan de buitenzijde heb je minder kans om erin te snijden)
- bedek dit met de andere rol bladerdeeg en druk de kanten aan 
- bestrijk de bovenzijde met de resterende losgeklopte eidooier
- prik in het midden een luchtgaatje en breng eventueel met een scherp mes een patroon aan
- bak de taart in ongeveer 30 minuten in het midden van de oven

Eet smakelijk!

Théâtre

Als je een cultuurliefhebber bent, kun je beter niet in een dunbevolkt gebied gaan wonen. Aan de andere kant; de keuze is niet groot, maar als je een beetje oplet, kun je hier elke week ergens terecht voor muziek, theater, expositie of ander vermaak. Dat zijn meestal professionele producties die door subsidies laagdrempelig worden gehouden. Uiteraard met als doel om de simpele lieden - waar voor het gemak iedereen die buiten Parijs woont onder wordt geschaard - van enige ontwikkeling te voorzien.

De plaatselijke bevolking voorziet zelf echter ook in cultuur. Jaarlijks biedt de plaatselijke toneelvereniging een flink aantal voorstellingen aan. Allemaal uitverkocht, iedereen enthousiast, door onze buren warm aanbevolen. Tot nu toe hebben we het steeds gemist. We worden allebei een beetje kriebelig van toneel, zeker als het middelmatig is. Maar goed, waarom al klaar staan met een vooroordeel, eerst maar eens zien.

Gisteren was het zover. Goed dat we hadden gereserveerd; de parkeerplaats was vol, tien minuten voor tijd was iedereen al aanwezig, we konden plaatsnemen op de overgebleven stoelen achter in de zaal. Leuk zaaltje trouwens. Meestal wordt in de plaatselijke salle polyvalenteeen bühne opgebouwd, maar dit is een heuse toneelzaal. Inclusief rode gordijnen en parket op de vloer in plaats van de gebruikelijke klinisch witte tegels. Vol verwachting klopt ons hart.

Maar oh jee, dit is erger dan we hadden kunnen vermoeden. Stereotypetjes, kleding uit de verkleedkist, dubbelzinnige opmerkingen, flauwe grappen, langdradige dialogen, een herhaling van zetten en zwaar aangezette emoties. Kwaad is schreeuwen en lachen is gieren. Het houdt het midden tussen het Theater van de Lach en Jan Klaassen. En het ergste van alles; dit gaat op z’n Frans weer heeeeel lang duren. Het publiek geniet echter hoorbaar; om ons heen wordt volop geklapt en gelachen.

Ik hoef niet opzij naar Rick te kijken om te weten wat hij ervan vindt; ik hoor hem regelmatig heel diep zuchten. Net op het moment dat we het echt niet langer trekken, wordt de pauze aangekondigd. Zeer ongebruikelijk - meestal moet je twee uur of langer op je stoel blijven zitten – maar dit komt erg gelegen. We kunnen er discreet tussenuit knijpen. Desondanks twijfel ik: heb ìk iets gemist of hebben die Parijzenaren dan toch gelijk? 

Collège

Chevy is net elf jaar geworden en zit in de eerste klas van de middelbare school. Nee, hij heeft geen klas overgeslagen, de lagere school duurt hier een jaar minder lang. Op naar het collège dus, inclusief loodzware rugzak en huiswerk. Dat is even wennen. Eerlijk gezegd meer voor ons dan voor hem. Wat een systeem; één niveau (het is een soort vier jaar durende middenschool), schooldagen van half negen tot vijf, een uur reistijd, een school die eruit ziet als een legerbasis (inclusief Franse vlag) en gehamer op correct gedrag en hoge cijfers. Hoezo zou school leuk en stimulerend moeten zijn?

Het begon al op de eerste dag. Een kennismakingsdag, dacht ik. Ouders mochten ’s ochtends mee. Buiten op het schoolplein werden de kinderen één voor één door een streng ogende directrice naar voren geroepen en in hun klas ingedeeld. Daarna gingen de klassen in rijen op weg naar hun klaslokaal. Ouders erachteraan. Hier volgde een preek van de klassenleraar (huiswerk maken!), werden de boeken uitgedeeld, het rooster uitgelegd en het regelement besproken. Waar bleef nou toch die kennismaking?

Die is nooit gekomen. Je moet je gewoon aan de regels houden en hard werken. Verder niks. Niet helemaal waar; er zijn tussen de middag (anderhalf uur pauze) clubjes. Sport, schaken, Unicef, koor. Als je een uur lang uit je neus eten wilt voorkomen, zit er niets anders op dan deelnemen. Je mag na de warme lunch namelijk niet binnen blijven, maar ook niet het terrein af. Alleen het schoolplein is toegankelijk.

En dan aan het einde van de dag met de schoolbus naar huis. Een uur voor vijftien kilometer. Fietsen is geen optie over slecht verlichte wegen waarop negentig of harder wordt gereden. Maar het kan erger; bij het collège is een internaat voor kinderen die te ver van school wonen. Of voor kinderen die streng moeten worden aangepakt. Door sommige ouders of leerkrachten wordt hiermee gedreigd als de resultaten teleurstellend zijn. Op het internaat wordt je namelijk achter je vodden aangezeten; elke dag onder toezicht een uur huiswerk maken.

Eigenlijk zo’n slecht idee niet, dat internaat. Dagelijks een lekkere goûter (tussendoortje na schooltijd; is thuis een gewone boterham), om zes uur klaar met huiswerk (dan is Chevy nog niet eens thuis), eten in de kantine (met vlees; krijgt ie thuis niet), daarna DS’n (mag thuis alleen in het weekend) en de volgende dag geen busreis en dus later opstaan. Hij wil niet. Eigenlijk horen we hem nauwelijks klagen. Dat doen wij alleen. Daar zijn we Hollanders voor. 

Honing

Onze bijen hebben afgelopen september 20 kg honing geproduceerd. Een beetje veel wanneer je het alleen gebruikt om op brood te smeren of door de kwark te doen. Voor ons een goed excuus om ontbijtkoek te bakken. Niet de Franse pain d'epices, maar de Nederlandse, gemaakt van roggemeel en 'Nederlandse' koekkruiden. Als je in Nederland woont natuurlijkmakkelijk verkrijgbaar, maar als je toch eens een luxe, pure versie wilt proberen, bij deze ons recept.

Ingrediënten:
- 350 gram honing
- 300 gram roggemeel
- 125 ml water
- 50 gram bruine suiker
- 1 volle el koekkruiden (1 thl cardamom, 1 thl kaneel, 1/2 thl gember, 1/4 thl kruidnagel, 1/4 thl nootmuskaat,1/4 thl zwarte peper,1/8 thl anijs, 1/8 thl koriander)
- 12 gram bicarbonaat of bakpoeder
- 1/2 thl zout

Bereiding:
- verwarm de oven op 160 °C (afhankelijk van de oven 150 - 170 °C)
- smeer een cakeblik in met boter en bepoeder dit met bloem (of bekleed het met bakpapier)
- meng roggemeel met bruine suiker, zout, koekkruiden en bicarbonaat
- verwarm het water en los hier de honing in op
- meng met een mixer het meel met de warme, opgeloste honing
- doe het mengsel in het cakeblik
- plaats het blik in het midden van de oven en bak de koek gedurende ongeveer een uur
- haal de koek uit de vorm en laat afkoelen op een rooster
- voor een echte 'kleffe' ontbijtkoek, dek je het cakeblik met het deeg af met plastic folie, laat je het een hele dag of nacht staan en bakt het dan af 
  (vinden wij het lekkerste)

Ouders

De herfstvakantie is afgelopen, schoolzwemmen staat op het programma. Tijdens de ouderavond vertelde de juf dat er ouders meegaan als begeleider, onder andere om te helpen bij douchen en aankleden. ‘Komen er dan moeders in de jongenskleedkamer?’ vraagt een vader lichtelijk geschokt.

Deze bezorgde vader ging er van uit dat alleen moeders zich hiervoor inzetten, maar helaas; er gaat ook een vader mee. De schoolinspectie heeft echter goed nagedacht over deze kwestie, want ouders zijn niet te vertrouwen, dat weet iedereen. Daarom mogen tijdens het schoolzwemmen alleen geaccrediteerde ouders mee. De geaccrediteerde moeders mogen zowel bij de jongens als de meisjes komen, de vaders alleen in de jongenskleedkamer. Dat is dan weer een geruststelling.

Geruststellend is ook het grote hek dat om het schoolterrein staat en dat op slot gaat tijdens de lesuren. Geen ouders erin, geen kinderen eruit. Als je je kind onverwacht eerder op moet halen, dan kun je de juf bellen. Eenmaal geïdentificeerd en veilig bevonden, wordt het hek voor je geopend. Nee, dit is geen overbodige maatregel; de juffen zijn al eerder belaagd door gefrustreerde ouders. Deze blijven nu gelukkig aan de andere kant van het hek.

Als de schooldag is afgelopen, mogen de leerlingen één voor één, onder toeziend oog van de onderwijzeressen, het hek passeren. Kinderen die met de schoolbus naar huis gaan, begeven zich twee aan twee in een keurige rij, naar de bus. Zonder te schreeuwen, zonder te rennen. De ouders, of andere gevolmachtigde volwassenen, komen de kinderen afhalen bij de school of bij de bushalte. Zonder begeleiding naar huis mag alleen na schriftelijke toestemming van de ouders.

Discipline en vastgelegde verantwoordelijkheden, dat is voor ieders bestwil. En eigenlijk komen die regels sowieso wel goed uit; rennen als de bel gaat, hoort niet en het je naakt tonen aan de andere sekse al helemaal niet. Beetje jammer van die moeders in de jongenskleedkamer.

Bingo (loto)

Weleens een bingo avond meegemaakt? Niet tijdens de vakantie maar een serieuze? Ik niet. Afgelopen weekend was voor mij een primeur. Georganiseerd door de plaatselijke harmonie (waar Rick in speelt) om geld in te verzamelen voor een reisje naar Corsica. Rick stond niet echt te trappelen, maar je moet er wat voor over hebben als je mee op reis wilt. Chevy, Tup en ik gaan mee. Gezellig.

Het feest begint om half acht, maar we vertrekken wat later want op Franse feestjes is niemand op tijd. Dat blijkt een misvatting: dit is geen feestje maar bingo, een serieuze sport die wekelijks in verschillende zaaltjes beoefend wordt. De zaal is al twee uur voor aanvang open gegaan. We zijn dus TE LAAT. De bingo – wat lotoblijkt te heten (met één t)- is al in volle gang. Rijen tafels onder tl licht, mensen geconcentreerd starend naar hun kaarten, balletjes draaier en dame die de getallen oproept op het podium, mijnheer met microfoon in de zaal om de winnende kaarten te controleren.

We voelen ons onthand. Op het eerste gezicht is er geen plek meer over en hoe werkt dit? De dirigent van de harmonie licht ons in. We moeten kaarten ‘kopen’ (na afloop weer inleveren) die acht ronden meegaan. Het is dus een avondvullend programma. Tussendoor zijn er korte pauzes om jezelf uit te laten. Buiten is een frietkar, binnen drankjes en taart. Eigen eten en drinken meenemen mag ook; de thermosflessen staan op tafel, sandwiches zitten in de tas. Die zijn van de doorgewinterde lotospelers; van alle gemakken voorzien.

We kopen tien kaarten. Veel te weinig. Dertig per persoon is minimaal waardoor het lastig is om een plekje te vinden. De deelnemers – voornamelijk dames op leeftijd- nemen met hun uitgespreide kaarten hele tafels in beslag. We maken ons klein en schikken voorzichtig in. Een nieuwe ronde begint, maar we hebben geen fiches van huis meegenomen om de cijfertjes mee te bedekken. Ook dat nog. Een buurvrouw leent ons die van haar: plastic muntjes voorzien van stukjes ijzer die na elke ronde met een speciale magnetische borstel weer bij elkaar worden geharkt. Ingenieus.

Onze fascinatie duurt echter niet lang. Het is al tegen tienen en we zijn pas drie ronden verder. De jongens spelen vol overgave, maar ik heb de smaak nog steeds niet te pakken en Rick is allang afgehaakt. We besluiten de buurvrouw blij te maken met extra kaarten en knijpen er voorzichtig tussenuit. Onze taak is volbracht. Lekker thuis voor de buis een biertje drinken.

Advent

Via Nederlandse vrienden hebben we de eerste pepernoten alweer in huis. Absurd vroeg natuurlijk maar dat is hier niet anders. In de winkels zijn de eerste adventkalenders alweer gearriveerd. Een kalender waarin, vanaf 1 december, elke dag een deurtje kan worden geopend. Daarachter bevindt zich, meestal, een chocolaatje. Nu valt het assortiment nog mee, maar straks zijn er tientallen varianten te vinden. Van twee tot twaalf euro, afhankelijk van de kwaliteit van de chocolade of de naamsbekendheid.

Vooral de Kinder kalender doet het hier goed. Vanuit Nederland ken ik Kinder vooral van de verrassingseieren, maar hier zijn er allerlei soorten reepjes, bonbons en mini-eitjes van dat merk te vinden. Het wordt gepresenteerd als de ideale gouter (tussendoortje) voor kinderen. Eerlijke chocolade, wat dat dan ook mag zijn, met melk erin. Geserveerd met wat fruit of vruchtensap geef je je kind een goede basis mee. Wat wil je nog meer.   

Met de Kinder producten worden trouwens niet alleen kinderen aangesproken. In de reclame verzinnen volwassenen allerlei slinkse trucs om de Kinder ‘bueno’ te bemachtigen en volwassen dames zakken in extase weg in een denkbeeldige wolk bij het eten van Kinderrepen. Kinderen of kinderproducten in volwassenenreclames zijn hier blijkbaar een succesvolle combinatie. Er is altijd wel een bijdehand kind dat vertelt hoe moelleux de camembert is, of een bekende basketbalspeler die staat te glimmen met een ‘bueno’ in zijn hand.

Maar goed, de adventkalender. Die hoeven we onder druk van de commercie niet meer te kopen, want we hebben sinds vorig jaar een exemplaar die we zelf kunnen vullen met kleine snoepjes of kadootjes. Alsof dat beter is. Twee maanden lang worden de jongens te vroeg wakker om schoenen en adventskalender te checken. Daarbij de stress voor sinterklaasavond, de kerstvieringen via verenigingen en school, en de kadootjes onder de boom omdat we nou eenmaal in Frankrijk wonen. Wallen onder de ogen, eind december zijn ze allebei ziek. Misschien wordt de stress minder nu ze beide niet meer geloven, maar daarmee neemt de spanning van het kadootjes krijgen niet af. Zo leuk, die consumptiemaatschappij.

Leerprestaties

Vorige week was er een bijeenkomst voor de ouders van Chevy’s klas. Er kwamen maar weinig mensen opdagen, terwijl het toch een van de weinige keren is dat er een soort overdracht is. Een op een gesprekken bestaan niet, tenzij je daarvoor een afspraak maakt. De persoonlijke en sociale ontwikkeling lijken van ondergeschikt belang. Het rapport en het huiswerk zijn de communicatiemiddelen. Als de cijfers voldoende zijn en er genoeg huiswerk wordt opgegeven, zal het wel goed gaan. Laat dat laatste nou een probleem worden; geschreven huiswerk is officieel afgeschaft, meldt de juf. Uit het hoofd leer opdrachten zijn prima, maar ouders mogen geschreven opdrachten weigeren.

Ik juich, maar de ouders die ik ken, vinden huiswerk juist een manier om betrokken te blijven bij de voortgang van hun kind. Bovendien geeft het vertrouwen in de docent; deze zit er ‘flink achteraan’. De ouders zelf doen daar nog een schepje bovenop; de meeste begeleiden hun kind trouw elke avond bij het maken van het huiswerk. Maar ai, ai, hoe blijft het op niveau als er geen geschreven opdrachten meer zijn voor math (rekenen) en français?

En dat terwijl het Franse onderwijs op Europees niveau allang niet meer meekomt. Het blijft achter bij Duitsland (de grote concurrent in van alles en nog wat) en de noordelijke landen. Het onderwijssysteem is verouderd; zitten, luisteren en leren. Tachtig procent van de Franse leerlingen stelt niet eens vragen als het de lesstof niet begrijpt. In een documentaire werd gekeken naar het succesvolle Finse systeem. Daar wordt gewerkt zonder cijfers, is veel handenarbeid, zijn de leerlingen erg gelukkig en ligt het niveau ook nog eens hoog. Zou dat wat zijn? Non, non, non, vinden vooral de ouders. Gelukkig of niet, presteren is belangrijk en hoe kun je dat zonder cijfers controleren?

De mededeling van Chevy’s juf zal voor de meeste ouders geruststellend zijn geweest; zij blijft gebruik maken van cijfers omdat dit op het collège ook gangbaar is. Zit wat in. Tot mijn opluchting investeert ze echter ook in sfeer, samenwerking, buitenschoolse activiteiten en een actieve bijdrage van de leerlingen. Het reglement hebben de kinderen samen gemaakt, de tafels zijn in eilanden opgesteld en er is wekelijks een kringgesprek. Alle kinderen gaan met plezier naar school, zeker na twee jaar militair regime bij de voorgaande juf. ‘Ja, dat is fijn’, zeggen de andere ouders, ‘maar of de kinderen voldoende leren… ze krijgen niet veel huiswerk mee’. Zucht.

Klantenservice

De printer moet worden vervangen. Bij de plaatselijke supermarkten is er altijd wel één in de aanbieding. Zeker als de scholen net beginnen. Ik ga naar Leclerc. De printer die ik op het oog heb, blijkt uitverkocht te zijn, maar kan nog besteld worden. De elektronica afdeling stuurt me naar de klantenservice. Fijn. De dames van de klantenservice zijn altijd druk met van alles behalve met de klant. Als je hen lastigvalt, hoor je nog net geen zucht, maar de gezichtuitdrukking geeft frisse tegenzin aan. Er wordt een bestelformulier tevoorschijn getrokken en ondertussen gaat de conversatie met een collega gewoon door.

Bij de andere supermarkt, de Auchan, zijn de dames van de klantenservice echt intimiderend. Voor je de supermarkt betreedt, loop je tussen bewaking en servicebalie door. Controle en chagrijn; een warm welkom. Nou kan ik de dames bij Auchan wel begrijpen. Als we ons kassabonnetje checken, is er altijd iets wat niet klopt. Dat moeten zij dan weer rechtbreien. Het lijkt beleid van de Auchan te zijn om de klant op het verkeerde been te zetten. De aanbiedingsbordjes hangen verkeerd of de kortingen zijn niet ingevoerd in de kassa. Dat is gemakkelijk verdienen. Al talloze keren hebben we ons voorgenomen om er niet meer te kopen. Maar ja, het ligt zo lekker praktisch bij de andere winkels.

Kleine ergernissen. De grote supermarkten liggen hier voornamelijk onder vuur wegens het massaal weggooien van producten die nog eetbaar maar niet mooi meer zijn, of waarvan de datum bijna is verstreken. Liever dan weggeven aan de voedselbanken, zetten ze een groot hek om de afvalcontainers of gooien chloor over de inhoud. Leclerc komt het minst onsympathiek over en laat zelfs journalisten toe. Daarnaast is het al jarenlang de goedkoopste supermarkt in Frankrijk. Reden genoeg om de Auchan links te laten liggen. Als het personeel van Leclerc nou ook nog een cursus klantenbejegening krijgt, doe ik het voortaan echt.

Zwembad

Het is woensdag, de clubjes zijn nog net niet begonnen en het regent. Tijd om naar het zwembad te gaan. Ai, er staat een flinke rij. Ze gaan over op een ander pasjessysteem. Iedereen moet eerst langs de kassajuf en kassa’s in Frankrijk, die werken niet snel. Er is altijd tijd voor een praatje en telefoontjes die tussendoor komen, moeten door dezelfde juffrouw worden beantwoord. Een kwartier verder zijn we eindelijk het hekje gepasseerd.

Het zwembad op zich is eigenlijk best mooi; licht en ruim opgezet. Er zijn alleen wat onhollandse regels: niet met z’n tweeën de glijbaan af, niet achterstevoren en wachten op het groene licht. Vooral dat laatste veroorzaakt een lange rij. Verder is een caleçon longue verboden, alleen een zwemslip is toegestaan. Nogal wat Nederlanders hebben rechtsomkeert moeten maken om hun bermuda om te wisselen. Of ze hebben ter plekke een dure zwembroek gekocht. Goede business.

In het zwembad zijn geen algemene dames- of herenkleedkamers. De Franse sexuele vrijheid is een mythe. Voor het in het openbaar omkleden bij ons plaatselijke strandje, word je door de strandwacht berispt. Echt, een vriend van ons heeft het meegemaakt. Iedereen is dan ook altijd omslachtig bezig met een handdoek om de heupen. Peuters in hun blote kont zie je niet en topless vrouwen zijn Nederlands. Zelfs in de bij het zwembad behorende sauna is naakt lopen streng verboden. Je moet badkleding aan.

Maar goed, als gevolg van deze algemene preutsheid, sta je met je kinderen in een te krap hokje te worstelen. De kleedkamers voor gehandicapten bieden uitkomst, maar ja, dat is uiteraard niet de bedoeling. Hoewel ik nog nooit iemand met rolstoel het zwembad in heb zien komen. Jawel, maar niet om te zwemmen. Deze meneer kwam alleen maar kijken naar de kinderen die zwemles hadden. Niet de zijne wel te verstaan.

Die zwemlessen zijn trouwens krap bemeten. Alleen op woensdag, van vier tot zeven. Het lijkt een ontmoedigingsbeleid; eerst een test om te zien of het kind watervrij is en als je daarvoor hebt geoefend, moet het vervolgens een paar maanden op de wachtlijst staan. Daarna niet badje 1, badje 2, maar hup, het diepe in. Na één les al zonder hulpmiddelen. Dat ging dan wel weer snel, dat geef ik toe. Ha, zijn ze toch nog efficiënt, hoor ik je denken. Nee, het is meer een no-nonsense houding. Wendagen op school en crèche bestaan ook niet. Niet zeuren, maar gaan.

Kip

Veel mensen in de buurt houden kippen. Ruimte genoeg dus waarom niet. Het levert lekkere eieren op en de overtollige hanen en oude kippen gaan de pan in. Vroeger hadden veel mensen ook nog konijnen. Nee, die waren natuurlijk niet om te aaien maar ook om in de pan te stoppen. De oude huizen waren aan de buitenkant allemaal uitgerust met kleine hokjes om de beestjes in vet te mesten. Ganzen hadden de mensen ook, hoewel die los rond mochten lopen. Dan konden ze het erf bewaken alvorens met kerst op tafel te belanden.

Wij hebben ook kippen, de afgelopen zomer echter nog maar twee. De anderen waren al eerder van hun stok gevallen. We besloten de laatste twee te laten volgen. De ene was namelijk gewond en de andere zou anders zielig en alleen achter blijven. Alleen, wie gaat de kippen doden? Tup zit er niet mee maar is te jong om met messen te zwaaien, ma wil wel plukken maar geen kop afhakken en pa is overtuigd vegetariër. De vorige keer ging de buurman slachten en konden onze kippen er nog wel bij. Nu biedt een gast vrijwillig zijn diensten aan.

De laatste keer dat ik een van onze kippen heb bereid, moest je behoorlijk je best doen om het vlees los van het bot te krijgen. Kauwen was een krachttoer. Dit keer wil ik een malse kip. Volgens de buurvrouw, een zeer ervaren kippenslachtster, is een kip tot twee jaar nog goed te verorberen. Dat is hoopvol; de gezonde kip is dik, vet en nog geen twee jaar. Voor de zekerheid toch maar gezocht naar een slow cooking recept. Met een citroen in haar achterste en vier uur stoven op 90 graden moet het goed komen.

Tja, wat zal ik er van zeggen; de smaak was goed, maar het was natuurlijk toch een gespierd beestje. De jongens waren echter zeer tevreden; eindelijk vlees en nog lekker ook. Beetje jammer van de makke kip maar ze heeft een goed leven gehad en er volgen anderen. Eigenlijk ben ik best trots op mijn jongens die zonder misplaatst schuldgevoel zitten te smullen van hun eigen kip in plaats van een anoniem, vetgemest, kreupel en opgeblazen ‘vleesje’.

La rentrée

Na acht weken vakantie, begint morgen de school weer. Vandaag zijn de leraren al begonnen, zij hebben een dagje ter voorbereiding. Die rentree is altijd een hele gebeurtenis. Of misschien lijkt dat alleen maar zo, omdat de commercie er handig op in speelt. De kindertjes moeten tiptop weer naar school en sportclub. Het lijkt alsof ze na de vakantie massaal verstoken zijn van passende kleding en geschikte schoolspullen.

In de supermarkten zijn complete gangpaden gewijd aan schooltassen, agenda’s, schrijfmateriaal, sportspullen en kleding voor schoolgaande kinderen. Het moest even wennen, maar inmiddels vinden wij het ook heel gewoon om kleding te kopen in de supermarkt. Daarna komt het er op aan om de geschikte schoolspullen te vinden. Op de basisschool worden de schriften aangeleverd, maar de pennen, potloden en stiften moet je zelf aanschaffen. Vlak voor de vakantie hebben ze daarvoor een lijstje gekregen.

De keuze is groot en we kunnen niet zomaar iets uit het rek pakken. De jongens weten heel goed welke soort pen, puntenslijper en lijm wel en niet voldoet. Onderhevig aan modes en praktijkervaring. De kleurpotloden vinden ze echter allemaal prut. Die heeft papa daarom meegenomen uit Nederland. Bekakte Bruynzeel potloden in een geil doosje. Hebben ze eindelijk ook eens wat om de klasgenoten de ogen mee uit te steken.

Eigenlijk willen ze net zoals alle kinderen een belachelijk dure cartable (schooltas) met wieltjes en de afbeelding van een of andere tekenfilmheld. We zijn nog steeds niet te vermurwen. Zie je het voor je? Met koffertje op wielen over de met modder besmeurde plattelandsweg naar de schoolbus lopen? Nee dus. Bovendien voldoen de oude rugzakken nog prima. Onze aanpassingsbereidheid heeft zijn calvinistische grenzen.

Franse feestjes

Het wil maar niet wennen, die Franse feestjes. Ik raak er dan ook niet over uitgeschreven. Afgelopen dinsdag was het weer zover, een gezellige laatste avond met het gymclubje. Ik doe al een paar jaar mee, maar was niet eerder in de gelegenheid geweest. Eerst wordt er gegymd, daarna gegeten want: een feestje is eten. De voorzitster zorgt traditioneel voor uiensoep, de andere leden nemen ook iets te eten of te drinken mee. Een gewone werkdag, ik dacht dat ik na anderhalf uur wel weer thuis zou zijn. Een stomme gedachte.

Om half tien ’s avonds het aperitief, rond middernacht de desserts en tussen de gangen door dansen. Dat laatste op z’n Frans: tijdens het eten zit je in de spotlights, tussendoor wordt het licht gedimd en de volumeknop voluit gezet. Iedereen op de dansvloer. Daar is geen drank voor nodig, de meeste mensen (vrouwen èn mannen) lijken een stuk minder bevreesd dan in Nederland. De muziek is echter verschrikkelijk. Overwegend van Franse bodem maar dan een genre dat je meestal niet op de radio hoort. Vaak horen daar dansjes bij die iedereen kent. Behalve ik natuurlijk.

De hoeveelheid eten was enorm: quiches, gevulde hartige soezen, tarte au Maroilles (de plaatselijke stinkkaas) en andere hapjes bij het aperitief. Vervolgens aan tafel voor de uiensoep, gevolgd door diverse salades en visterrine. Daarna mocht de kaas natuurlijk niet ontbreken, een groot plateau. Meestal in combinatie met een groene salade, deze keer zonder. Tot slot nog een overdaad aan zelfgemaakte taarten en andere desserts om de gaatjes – mochten die er nog zijn - te vullen.

Ondertussen werd er, zoals in alle damesgroepjes, gegrapt over de ‘lijn’ en het oordeel van de diététicienne, dat een enkeling de volgende dag te wachten stond. Niemand is op de hoogte van het feit dat ik ook diëtist ben, en dat houden we maar zo. Voor je het weet gaan mensen zich excuseren of ongemakkelijk voelen. Niet echt nodig, ik ben wel wat gewend met een echtgenoot die erg gesteld is op eten. Dat ben ik zelf trouwens ook, maar op een andere manier.

Katholiek

Vandaag was het voor veel katholieke kinderen van groep 6 een grote dag; zij hebben hun eerste communie gedaan. Dat is een groot feest. Kinderen worden mooi aangekleed (meisjes in een witte jurk, jongens in pak) en krijgen talloze cadeaus. Na de kerkdienst gaat de familie mee naar huis voor de lunch, want natuurlijk, eten hoort er hier bij.

De moeder van een vriendje keek er niet echt naar uit. Het is een soort verplichting en het kost een heleboel geld. Dat leek me een beetje overdreven. Een etentje aan huis voor de naaste familie, dat valt toch wel mee? Een andere gestresste moeder kwam ik tegen in de supermarkt. Ze verwachtte 50 gasten. Aha! Ik begon het te begrijpen.

Het grootste deel van de Franse bevolking is katholiek. Niet echt kerks, maar bij geboorte, huwelijk en dood hoort de kerk er wel bij. Evenals de eerste communie. Vriendjes van onze kinderen gaan ter voorbereiding iedere woensdag naar catéchisme. Dit begint meestal als kinderen in groep 5 zitten en duurt twee jaar. Ze vinden het maar gek dat Tup en Chevy hier niet naar toe gaan. En al helemaal dat ze niet in God geloven.

Protestanten zijn er ook wel, maar zij zijn zwaar in de minderheid. In onze gemeente is zowaar een temple (protestante kerk) met een dominee. Vroeger waren hier een aantal dorpen en gehuchten met overwegend protestante inwoners. Zij moeten ‘onze’ dominee nu delen, want net als in Nederland is hier sprake van leegloop.

Buiten de kerk bestaan er geen aparte katholieke, protestante of openbare clubjes. Ook de scholen zijn laïque, godsdienstonderwijs vindt in eigen tijd plaats. Soms gebeurt het dat de katholieke kerk de voorbereidingen voor de tweede communie (rond 12,13 jaar) onder schooltijd laat plaatsvinden. Gek genoeg mogen de leerlingen dan wegblijven van school. Dit tot ergernis van de leraren, maar natuurlijk tot tevredenheid van de leerlingen. Naast de vele cadeaus lijkt me dit een uitstekende manier om de kinderen bij de kerk te houden.

Kermesse

Een kermesse is een fancy fair, of openlucht feest. Aan het einde van het schooljaar is dit dè gelegenheid voor basisscholen om met de kinderen een optreden voor te bereiden en om iets bij te verdienen met spelletjes en eten. Afgelopen zaterdag was de basisschool van onze kinderen aan de beurt. Het programma is altijd hetzelfde. Het feest begint om elf uur ‘s ochtends en eindigt rond vier uur ’s middags.

’s Ochtends wordt gestart met de twee laagste gecombineerde klassen. Dat is meestal een combinatie van zang en dans. De kleuters zijn altijd mooi geschminkt en gekleed in door moeders gemaakte kostuums. De volgende klas zingt voornamelijk. Tot een paar jaar geleden nog stijf op een rijtje, maar nu zowaar met wat ingestudeerde bewegingen.

Daarna volgt een lange pauze. Hierin kunnen groot en klein deelnemen aan allerlei spelletjes, is er een loterij en kan er gegeten worden. De leerlingen mogen twee gratis spelletjes doen, daarna moeten er kaartjes worden gekocht. Dit zijn ouderwetse spelletjes zoals ballen gooien, een soort grabbelton en munten gooien. De opbrengst bestaat uit kleine zakjes met plastic speelgoed wat al stuk is voordat de middag voorbij is.

’s Middags zijn de twee hoogste klassen aan de beurt. De ene juf (van Tup) laat de kinderen altijd dansen. Zij kiest de muziek, de kinderen verzinnen de bewegingen. Dat zou een educatief uitgangspunt kunnen hebben, maar wij denken eerder aan gemakzucht. De ouders zijn doorgaans ontevreden – over de inzet van de juf -, de kinderen zelf zijn ook niet echt geïnspireerd. De andere juf (van Chevy) is een stuk directiever en creatiever. De kinderen zijn duidelijk veel enthousiaster en trots op hun voorstelling.

Zoals alle feesten in Frankrijk, is ook dit feest een eindeloze zit. Maar het is voor het goede doel en de kinderen worden er erg blij van. Wij geven ons eraan over en vernemen de laatste roddels. De juf van Tup schijnt op te moeten stappen. Vanwege de losse handjes. Eindelijk. Het zou fijn zijn als dat waar is.

En panne

Nederlanders die bij ons verblijven, hebben een Peugot’je waar de uitlaatpijp bijna onder vandaan valt. Altijd vervelend, ben je op vakantie en krijg je problemen met je auto. Het moet zo snel mogelijk worden opgelost, al is het maar om met de auto weer naar huis te kunnen rijden. Wat te doen? De ANWB bellen? Dat lijkt eenvoudiger dan het is en we weten uit ervaring dat je de vervangende auto 80 kilometer verderop moet gaan halen. Met het plaatselijke verhuurbedrijf hebben ze blijkbaar geen contract. Dan maar naar een Franse garage.

Als je auto en panne is, ga je naar de plaatselijke garagiste, naar een van de grotere garagebedrijven die overal in Frankrijk vestigingen hebben of naar de dealer. Ik verwijs ze naar Hirson; daar zitten de garages op een kluitje, waardoor je de meeste kans maakt op een snelle reparatie. Bovendien is het een Franse auto, dus dat moet lukken. Dacht ik. Ze gaan informeren.

De Peugotdealer vraagt € 800. Pardon? Dat bedrag is iets teveel van het goede voor een eenvoudig autootje van elf jaar oud. Bij Feu Vert, een van de landelijke bedrijven, rekenen ze € 200, maar kan de reparatie pas over een week plaatsvinden. Het onderdeel moet namelijk worden besteld. Een aantrekkelijke prijs, maar niet handig als je binnen een week weer terug moet naar Nederland. Bij de concurrent (Point S) is er geen brug vrij om de schade op te nemen, dus dat schiet ook niet op.

Al met al niet echt een bevredigende rondgang. Dan met Rick de volgende dag toch maar naar de plaatselijke garagehouder. Het is een beetje een brombeer, niet zo toegankelijk. Zeker als je hem niet kent. Maar! Voor onderdelen wordt snel gezorgd en aan het einde van de dag is de auto klaar. Kosten: € 152. De ruitenwisser, die ook kapot bleek te zijn, krijgen ze cadeau. Lang leve onze garagiste!

BBQ

Het mooie weer is eindelijk aangebroken en dat gaat hier gepaard met de geur van geroosterde worstjes. Eten doen de Fransen graag en uitgebreid, in gezelschap van familie of vrienden, en als het weer het toelaat meestal in de vorm van een barbecue. Zeker in het weekend, zowel ’s middags als ’s avonds. Wij ontkomen er ook niet aan. Aan het einde van het schooljaar worden veel optredens, wedstrijden en feestjes in combinatie met een barbecue georganiseerd.

Bij de school, de judovereniging en de muziekvereniging mogen we binnenkort aanschuiven. Gemiddeld genomen bestaat die maaltijd uit een aperitief met een zakje chips, zwartgeblakerde worstjes (merguez en saucisses), stokbrood, wortel- en couscoussalade uit een pakje en taart als toetje. Tijdens de kermesse (het eindejaarsfeest van school) kunnen we ook kiezen voor een baguette gevuld met frites en worst.

Baguette met frites is hier een heel gebruikelijke maaltijd en eigenlijk best lekker. Hoewel we soms vermoeden dat het een manier is om de slecht gebakken frietjes toch nog appetijtelijk te presenteren. We wonen bijna in België, maar de kunst van het frites bakken is hier nog niet doorgedrongen. De laatste keer dat we bij een frietkot stonden, zagen we de baktemperatuur dalen tot 120 graden. We besloten ter plekke toch maar af te zien van de bleke in het vet gekookte aardappelreepjes.

Met de friet wil het niet lukken, maar barbecuen is een nationale sport, dus dat wordt serieus aangepakt. Voor een huis dat te koop staat, is een vaste barbecue in de tuin een extra verkooppunt. En op die barbecue worden echt niet alleen maar worstjes gebakken. Fransen zijn grote vleesliefhebbers en volgens ingewijden – dat zijn wij niet – is dat vlees van betere kwaliteit dan in Nederland. Wij bouwen liever een pizzaoven in de tuin. Kunnen we ook een vuurtje stoken en buiten bakken, maar zonder de geur van verschroeid vlees.

Meteo

Het regent in heel Frankrijk; het lijkt gewoon niet op te houden. Mensen mopperen, klagen en zijn het ras-le-bol (hartstikke zat). Bovendien is het nog koud ook. Half mei en nog steeds de kachel aan. In veel HLM’s (sociale huurflats) wordt de centrale verwarming eind april standaard afgesloten. Koud of niet. Die huishoudens moeten dus een beetje afzien. Wist ik ook niet, maar ik was bij de kapper en daar steek je dat soort dingen op.

De mannen en vrouwen van de meteo hebben het er maar druk mee. Met een glimlach en welgemeend ‘bonne soiree’ doen ze hun onheilstijdingen. In Frankrijk zijn het geen meteorologen die het weer verkondigen, maar gewone televisiepresentatoren die zonder ‘uh’ en ‘ah’ hun verhaal vertellen. Dat komt bijzonder deskundig over. Ze zien er bovendien heel appetijtelijk uit. De heren strak in het pak, de dames met een flink decolleté en kort rokje. Dit trekt blijkbaar veel kijkers, want na het journaal volgt een flink reclameblok, voordat je de weersvoorspellingen mag bekijken.

De ellende is dat door het slechte weer, de moestuin niets oplevert. Vrijwel alle mensen op het platteland verbouwen hun eigen groente. Daarvoor hoef je niet naar een moestuinencomplex, dat kan gewoon in je eigen achtertuin. Dief van je eigen portemonnee als je het niet doet en het is veel lekkerder dan uit de winkel. De activiteiten beginnen meestal begin april, zaaien in de volle grond vanaf ijsheiligen (11 mei). Nu is iedereen laat. Natte grond en kou, dat schiet niet op. De piepers moeten bij veel mensen zelfs de grond nog in.

Ondertussen is het overal wèl prachtig groen. Zelfs in de Ardèche (Zuid-Frankrijk), waar het gras normaal niet eens wil groeien; moet worden gemaaid. Vrienden van ons hebben voor de gelegenheid een grasmaaier aan moeten schaffen. Maar ja, die zon. Om me eraan te helpen herinneren dat het toch echt voorjaar is, pluk ik boeketten uit de overdadig bloeiende bermen. Het helpt, een beetje.

Bedtijd

Waarom zijn alle schoolvakanties door heel Europa niet gewoon hetzelfde? Dat zou zoveel makkelijker zijn. Na twee vakantie in april, volgde de Nederlandse meivakantie. Met zoveel speelkameraadjes op het terrein, was het voor Chevy en Tup eigenlijk veel te gezellig om gewoon naar school te gaan. Speeltijd moest dus na school worden ingehaald, met als gevolg dat de nachten net iets te kort waren. Met de wallen onder de ogen kwamen ze hun bed uit en sleepten zich naar de schoolbus toe.

Franse kinderen liggen over het algemeen wat later in bed dan Nederlandse kinderen. Doordat ze laat uit school komen, verschuift het hele ritme naar later op de avond. De goûter (het vieruurtje) wordt gegeten tussen half vijf en half zes, waarna natuurlijk niet om zes uur de maaltijd op tafel staat. Wij eten om zeven uur, maar dat is hier aan de vroege kant. Half acht, acht uur is gebruikelijker. Half negen is dus een normale bedtijd, ook voor de kleintjes. Als het later wordt, wordt dat niet als een probleem ervaren. Zeker niet in het weekend.

Het is erg prettig, voor zowel ouders als kinderen, dat over die bedtijd niet zo krampachtig wordt gedaan. Niemand die het in z’n hoofd haalt om vanwege de kinderen een gezellige avond vroegtijdig af te breken. Niemand ook die het in z’n hoofd haalt om te zeggen dat kinderen niet welkom zijn. Geen oppas nodig, de kids gaan gewoon mee en vallen vanzelf een keer om. Kinderen zijn gewend zich aan te passen aan de grote mensenwereld of treffen andere kinderen aan om zich mee te vermaken.

Het heeft natuurlijk ook nadelen. Veel ouders hoor je zeggen dat hun kinderen de woensdag en het weekend echt nodig hebben om bij te komen van school. Ze slapen dan uit. Dit is een van de argumenten tegen het invoeren van de woensdag als schooldag. Hoe komen hun kinderen anders de schoolweek door? Misschien toch maar iets eerder naar bed of is dat een erg calvinistische gedachte?

Het schoolsysteem

De voorjaarsvakantie is bijna afgelopen; na twee weken gaan de jongens weer naar school. Tup naar CE1 en Chevy naar CM1. Het schoolsysteem werkt hier iets anders dan in Nederland. Kinderen kunnen, als ze zindelijk zijn, vanaf hun 3e jaar naar l’ecole maternelle (kleuterschool). Deze bestaat uit drie klassen: petite, moyenne en grande section. Vanaf hun 6e jaar is er leerplicht. De kinderen gaan dan naar l’ecole primaire (de lagere school) en die bestaat uit vijf klassen: CP (cours préparatoire), CE1, CE2 (cours élémentaire), CM1 en CM2 (cours moyen).

Op de école primaire wordt klassikaal onderwijs gegeven. Je eigen tempo volgen, is er niet bij. Elke dag doet iedereen dezelfde bladzijde uit het rekenboek en voor de andere vakken geldt hetzelfde. De vakken zijn net als op de middelbare school, ondergebracht in een rooster. Lekker overzichtelijk. De leerlingen die moeite hebben om het ritme te volgen, krijgen bijles. Degenen die voorlopen, mogen gaan schaken, lezen, een spreekbeurt voorbereiden of tekenen.

Deze manier van onderwijs wordt voortgezet op het collège. Dit duurt vier jaar en is eigenlijk een soort tussenschool. Er zijn geen verschillende niveaus, iedereen doet hetzelfde. De ijverige leerlingen kunnen er hooguit een of twee vakken bijnemen. Pas als de leerlingen naar het lycée gaan, kunnen ze een keuze maken in niveau en leerrichting. Dat wil zeggen een voorbereiding op de universiteit (lycée générale) of een vakopleiding (lycée professionnel). Dit duurt drie jaar.

Het duurt nog even voordat de jongens naar collège gaan, maar ze zijn dan nog wel heel jong; Chevy 10 jaar en Tup 11. Het scheelt dat ze niet intern hoeven; zowel collège als lycée zijn redelijk dichtbij. De kinderen die ver van school wonen, verblijven van maandag tot en met vrijdag in het internat. Onze kinderen kunnen ‘gewoon’ om half acht ’s ochtends de schoolbus nemen en komen om zes uur ‘s avonds weer thuis, waarna er natuurlijk nog huiswerk moet worden gemaakt. Alleen de woensdagmiddag is vrij. Het is nog erger dan een werkweek; we hebben nu al medelijden met ze.

Made in France

Tot verbazing van zichzelf en andere deelnemers, ligt Joris (zie vorige stukje) eruit. We verdenken de jury van chauvinisme. Het past helemaal binnen de tijdsgeest. Om in tijden van crisis de Franse economie te stimuleren, wordt geadviseerd om zoveel mogelijk producten en diensten van eigen bodem te kopen. Nu weten de Fransen zelf natuurlijk allang dat alles wat uit Frankrijk komt beter en mooier is, dus dat is geen probleem. Buitenlanders zijn daar echter niet van overtuigd. Die kopen liever Duitse auto’s en Zuidafrikaanse wijn.

Vooral Duitsland wordt door Frankrijk als directe concurrent ervaren. Hoe komt het, dat het daar financieel zoveel beter gaat? Regelmatig zijn er televisie-uitzendingen waarin een aantal deskundigen hierover discussiëren. De ene deskundige haalt de spreekwoordelijke Duitse kwaliteit en degelijkheid aan, de andere beweert dat de Duitse rijkdom over de ruggen van de andere Europese deelstaten is vergaard.

Vanuit Nederlands perspectief gezien, denken wij dat de Duitsers binnen een bedrijf gewoon een goede mannschaft vormen. De Franse bedrijfscultuur lijkt minder effectief; de ene staking volgt de andere op en de sterke hiërarchie maakt meedenkende werknemers overbodig. Als je het zinkende schip wilt verlaten, om iets voor jezelf te beginnen, krijg je te maken met banken die geen leningen willen verstrekken, de bureaucratie en een enorme papierwinkel. Dat laatste opgesteld in de officiële (onleesbare) Franse schrijftaal. Niet echt bemoedigend.

Als het bedrijf niet failliet gaat, kun je daarom maar beter werknemer blijven. Je kunt rekenen op allerlei aantrekkelijke regelingen, zoals na 40 dienstjaren met pensioen gaan.

Als je bij het energiebedrijf werkt, heb je helemaal geluk. Dan betaal je voor en na je retraite (pensioen) maar vijftien procent van de normale prijs voor elektra. Op die manier wil je best wat extra energie inkopen om je huis warm te stoken. Opgewekt door Franse kerncentrales, dus nog goed voor de economie ook.

Culinair

Op de televisie volgen we ‘Top Chef’; een wedstrijd tussen koks en niet de minste. Veel deelnemers hebben een eigen restaurant of werken onder leiding van een sterrenkok. Dit seizoen komen nationalistische gevoelens bij ons boven, want onze ‘eigen’ Joris Bijdendijk doet mee. Een opvallende verschijning tussen de Franse koks: lang, blond, rustig en zwijgzaam. Hij beheerst de Franse keuken tot in de finesses, maar vooral zijn snelle en efficiënte werkwijze valt op. Hij komt steeds vaker in beeld en collega’s noemen hem de ‘cuisinator’ (terminator in de keuken).

De fransen zien hun eigen land nog steeds als culinair centrum van de wereld. En natuurlijk, de klassieke Franse keuken –in de 20e eeuw voor een groot deel ontwikkeld door de kok Paul Bocuse – heeft nog steeds veel invloed, maar de rest van de wereld staat niet stil. Gember en sojasaus worden echter nog steeds als exotique gezien, groente als garnering en over de Engelse keuken wordt een beetje lacherig gedaan, terwijl daar heel veel sterrenkoks zitten.

Neemt niet weg dat het eten in Franse sterrenrestaurants van hoge kwaliteit is. Zou je daar maar wat meer van mogen proeven in een doorsnee restaurant. Helaas. Uit onderzoek blijkt dat veel restaurants kant en klare schotels serveren. Daar ga je dan met je eigen roem. Wij hebben daar als matige vleeseters al helemaal niets te zoeken; veel verder dan een omelet komt men niet. Terwijl de eerste groentekok met drie sterren, Alain Passard, uit Parijs komt. Er is een groot, gapend gat tussen de elite en het gepeupel, de Franse revolutie ten spijt.

Misschien ontstaat er door de uitzendingen van de kookwedstrijd, een soort top-down effect; de nieuwe, jonge kookgoden die de mindere goden inspireren. Na ‘dancing with the stars’ zijn er tenslotte ook veel meer mensen gaan stijldansen. Voorlopig moet onze behoefte aan groenvoer, als we betaalbaar uit eten willen (een menu bij monsieur Passard kost zo’n € 300), nog steeds bevredigd worden door Nederlandse koks: bij ons om de hoek kookt Maris met groente uit eigen tuin en in Dordrecht zit het beste vegetarische restaurant van Nederland. Dat je het weet.

Beleefd

Gisteren ging ik Chevy een half uur eerder van school halen. Ik kwam de klas binnen en prompt gingen alle kinderen als gedresseerde hondjes naast hun tafel staan en zeiden in koor: “Bonjour, madame!” Ik wilde nog roepen ‘hé, c’est moi!’, maar het bleek geen vergissing te zijn. Maîtresse vindt het belangrijk dat de kinderen poli (beleefd) zijn. Het paste goed bij het decor; een klaslokaal dat in een vijftigerjaren Nederland, niet misplaatst zou zijn geweest.

Dat bekenden – ook kinderen - elkaar standaard begroeten met bonjour, ça va en twee zoenen of een hand, is overigens wèl prettig. Die zoenen kunnen er trouwens ook best drie of vier zijn, dat verschilt per regio. Als mensen uit verschillende regio’s komen, informeren ze elkaar hierover tijdens de begroeting. Maar of het er nou twee, drie of vier zijn, het is vermoeiend als je een hele gymclub op deze manier moet begroeten. Dat doe ik dan ook meestal niet.

Bij diezelfde gymclub hadden we een discussie over vousvoyeren. Over het wanneer wel en niet, tast ik nog steeds in het duister. Gelukkig blijken de Fransen het zelf ook niet helemaal te begrijpen. In geval van twijfel: vous. Ook als iemand even oud of zelfs jonger is. Het is heel gebruikelijk om iemand bij de voornaam aan te spreken en tegelijkertijd te vousvoyeren. Als je gelukt hebt, wordt na verloop van tijd gezegd dat je mag tutoyeren.

Rick trekt zich daar overigens niets van aan en zegt gewoon tegen iedereen tu. Tot monsieur le Maire (de burgemeester) aan toe. Nog nooit problemen door gekregen. Misschien wordt het hem vergeven omdat hij een stomme Nederlander is, of doet hij wat iedereen het liefste wil; de beleefdheidsregels aan z’n laars lappen. Zoals iemand bij de gym verzuchtte: het zou zo fijn zijn als, net als bij de Engelsen, iedereen you zou zijn.

Chocolade

Afgelopen weken struikelde je bij de ingang van de supermarkten over chocolade-eieren, -klokken, -hazen en -kippen voor het paasfeest. Zakken vol kleine of juist fraai verpakte, enorme exemplaren met inhoud. We kennen het eieren zoeken natuurlijk vanuit Nederland - hoewel niet van huis uit - maar die traditie is hier veel groter. De eieren worden niet verstopt door de paashaas, maar verspreid door les choches (klokken). Dat gebeurt thuis of kinderen doen mee aan de chasse aux oefs (eierenjacht) die door veel dorpen en steden wordt georganiseerd.

Volgens onderzoek wordt in Frankrijk per persoon, per jaar, 2 kg chocolade meer gegeten dan in Nederland. Fransen zijn grote chocolade-eters en hebben er geen probleem mee dat hun kinderen dit in allerlei vormen consumeren. Zelfs onze buurvrouw, wier kinderen niet mogen snoepen, vindt chocolade niet verkeerd. Waar in Nederland wordt gezocht naar ‘gezonde’ traktaties en tussendoortjes, krijgen de kinderen hier als ze uit school komen, koekjes en cakejes met chocolade en anders op z’n minst een boterham met Nutella.

De instellingen die zouden moeten bijdragen aan de gezondheid van de kinderen, doen hier volop aan mee. Toen ze nog voetbalden, kregen de jongens na elke wedstrijd een individueel verpakt chocoladecakeje. Afgelopen week kwamen ze thuis met een zak paas-chocolade van de muziekles, de sportclub en school. Daar komen de eieren van onze eigen chasse nog bij, van de buren ontvingen ze een grote doos en de visite is ook zo attent geweest om voor ieder een groot versierd ei mee te nemen. Het kan letterlijk niet op.

We laten ze ongelimiteerd eten. Na twee dagen komt de chocolade hun neus uit en zijn ze er wekenlang klaar mee. Hoewel. Er liggen nog lootjes die, om de kas van de muziekschool te spekken, moeten worden verkocht. De jongens gaan daarmee graag naar alle buren. Krijgen ze ter plekke allerlei snoepjes en een voorraad Kinderchocolade (dat is hier ontzettend populair) om mee naar huis te nemen. Het wordt weer tijd voor de grote verdwijntruc.

La France

Vorige week besloten we vrienden op te zoeken in het zuiden van Frankrijk. We vertrokken, terwijl de dag ervoor een flink pak sneeuw was gevallen. In een aantal regio’s mochten de auto’s zelfs de weg niet meer op. Bij ons werden de vrachtauto’s aan de kant gezet, maar personenauto’s mochten weliswaar langzaam, maar toch doorrijden. We hadden in het zuiden gehoopt op zon. Helaas hadden we pech; lage temperaturen, veel wind en twee dagen non-stop regen.

Als je via de route de soleil van noord naar zuid rijdt, is het alsof je een ander land binnen rijdt. Klimaat, huizen, landschap, uiterlijk van de mensen, accent en ongetwijfeld ook mentaliteit, alles is anders. Bergen, platanen en huizen met muren van een meter dik, dat hebben wij allemaal niet. Net zomin als stukken grond waar door de droogte zelfs in maart het gras niet groen wil worden. De zomerhitte en de droogte zijn de redenen dat we toch maar in het Noorden blijven wonen.

In feite verschillen alle Franse regio’s enorm van elkaar. De Fransen zelf ervaren dat ook zo. Dit is niet zozeer gebaseerd op ervaring, maar wel op schoolboekenkennis en vooroordelen. Kijk maar eens op deze site hoe de verschillende Franse regio’s tegen elkaar aankijken. Iedereen spreekt hier over ‘La France’, maar als je dit onderzoek mag geloven, is er maar weinig onderlinge solidariteit. Voor de Parijzenaars, heeft de rest van Frankrijk - behalve de kust - geen betekenis, voor de mensen uit het centrum zijn de zuiderlingen egocentrisch en voor de zuiderlingen bestaat het noorden uit kou, regen en armoede.

In de film “Bienvenue chez les Ch’tis” heeft Dany Boon (een bekende Franse komiek/acteur) de vooroordelen ten opzichte van het noorden, op de hak genomen. Een beambte uit Marseille wordt ‘verbannen’ naar het noorden. Dat bleek tot de verbeelding te spreken want de film trok meer dan 20 miljoen bezoekers, een record. In de film is een scène waarin, de hoofdrolspeler zodra hij het noorden binnenrijdt, in een gordijn van regen terechtkomt. Dat overkwam ons op de terugweg ook; welkom thuis. Wel mooi groen overigens, dat is dan weer het voordeel van die nattigheid.

Staking

Het was vandaag rustig in de schoolbus. Twee van de vier onderwijzers staakten. De roosters van het basisonderwijs gaan namelijk veranderen. Dit moet ingaan na de zomervakantie, maar de leerkrachten willen nog een jaar uitstel.

In 2008 is Frankrijk overgegaan van vier en een halve dag, naar vier dagen school per week. Hetzelfde lesprogramma in minder tijd, dat kunnen veel leerlingen niet bijbenen. De leraren bleven hetzelfde aantal uren houden. Zij moeten de vrijgekomen uren besteden aan bijlessen voor de zwakke leerlingen. Deze leerlingen kregen anders ook bijles, maar van speciale leraren. Deze werden wegbezuinigd.

Dat moet anders. Terug naar vier en een halve dag school, minder vakantie en kortere lesdagen, zodat de leerlingen beter bij de les blijven. Nu eindigen de meeste scholen om half vijf en men wil daar half vier van maken. Daar is de maatschappij echter niet op ingesteld. De meeste ouders zijn niet in de gelegenheid om hun kinderen eerder op te halen. Parttime werken komt hier vrijwel niet voor; je werkt fulltime of niet.

Besloten is dat kinderen als vanouds om half vijf met de schoolbus naar huis gaan. Het tussenliggende uur moet worden opgevuld met naschoolse activiteiten, begeleid door gekwalificeerde mensen. Gewoon een uurtje op school blijven om te spelen is niet te bedoeling. Men denkt aan sport, theater, natuur enz. In een stad is dit eenvoudiger te realiseren dan in een kleine gemeente. Wie komt er bij ons een uurtje opdraven voor een handvol kinderen? Waar moeten de activiteiten plaatsvinden en wie gaat dat betalen?

Leraren vinden dat de veranderingen overhaast worden ingevoerd en dat er eerst een goed plan moet komen. Om hun eisen kracht bij te zetten, werd er gestaakt, zoals dat gebruikelijk is in Frankrijk. Niet iedereen deed mee, want dan lever je honderd euro in. Niettemin staakte in ons departement 65% van de leerkrachten. We zijn benieuwd wat dat gaat opleveren.

Bar

Afgelopen weekend dronken we koffie in een ons onbekende bar (café). Uitzonderlijk genoeg was de koffie van slechte kwaliteit, maar het ergste was dat een dronken gast ons aanklampte. Waren we ineens met z’n drieën in plaats van met z’n tweeën. Een vage bekende, ooit eens ontmoet tijdens een dorpsfeestje. Hij permitteerde zich nogal wat vrijheden; kloppend op de buik van Rick (die nogal stevig is), informeerde hij of we al getrouwd waren. Altijd lastig in kleine kroegjes; de vaste gasten wonen er zo’n beetje en drinken teveel.

Hier in het noorden drinken de mensen vaak bier. Eventueel met een scheutje siroop voor een andere en zoete smaak. We zitten dicht bij België dus er is meestal een uitgebreid assortiment speciale biertjes. Zowel in de kroeg als bij mensen thuis. Wijn is goedkoper maar dit wordt voornamelijk bij de maaltijd gedronken. Vroeger was cider de streekdrank, toen stond het hier nog vol met appelboomgaarden. Tegenwoordig komen die met behulp van subsidie weer een beetje terug, maar voorlopig komt de cider vooral uit Normandië. Brut of doux.

De tijd dat in Frankrijk veel meer alcohol werd geconsumeerd dan in Nederland, ligt achter ons. Nederland heeft een goede inhaalslag gemaakt en de Fransen zijn wat matiger geworden. Niettemin is het aantal verkeersdoden door alcoholmisbruik erg hoog. Tegenwoordig moet je daarom verplicht een alcoholtester in je auto hebben. Ook als toerist. Niet dat we het idee hebben dat erop wordt gecontroleerd, maar je weet maar nooit.

De meneer in de kroeg zal de test vast niet gebruikt hebben. Nadat hij zich eindelijk van ons had weten los te weken, verliet hij het pand. Wij volgden al snel, de lol was er voor ons ook af. Voortaan toch maar weer een bakkie of borrel bij de bar naast de Auchan (supermarktketen). Weinig romantisch met het terras aan de parkeerplaats, maar gevrijwaard van dronkaards en in het bezit van goede koffie.

Huiswerk

Vandaag is de school weer begonnen. Tijdens de vakantie waren de jongens niet helemaal vrij; ze hadden des devoirs (huiswerk) meegekregen. Ze moesten een boekje lezen en daarvan een samenvatting maken. Daarnaast moest Chevy ook nog een gedicht van Jean de La Fontaine voorbereiden; dat wil zeggen, de zeven coupletten uit zijn hoofd leren.

Onze kinderen kregen huiswerk vanaf groep drie. Dat schijnt officieel niet te mogen, maar veel ouders wantrouwen een leerkracht die geen huiswerk meegeeft. In groep drie begint dat met elke dag een stukje uit het taalboek lezen. Vanaf groep vier komen daar poësie, dictee, tafels, woordenlijsten, histoire (geschiedenis) en géographie (aardrijkskunde) bij. Wij vinden dat eigenlijk onzin – leren doe je op school - dus we lieten het aan de kinderen zelf over om dat wel of niet te doen. Dit leverde regelmatig een 0 sur 20 en een mot (aantekening) van de juf op. Tegenwoordig gaan de jongens daarom toch maar aan het werk.

Dat vraagt om een strakke planning; ze komen om kwart over vijf thuis met in hun cartable (rugzak) de schoolpullen en le cahier de texte (soort agenda). Na de goûter (tussendoortje) halen ze hun spullen tevoorschijn en beginnen aan het huiswerk. Niet dagelijks en meestal niet langer dan een kwartiertje, maar toch. Natuurlijk is de motivatie niet altijd even groot. Soms ‘vergeten’ ze het ook. Dit kan eigenlijk niet gebeuren, want ouders worden geacht le cahier de texte te controleren en het huiswerk te overhoren. Maar ja, Nederlanders hè, die zijn dat niet gewend.

Gistermiddag om kwart over vijf hielp een klasgenootje Chevy herinneren aan het gedicht. Hij dacht net klaar te zijn; de samenvatting was gemaakt en de tas ingepakt. Zonder morren ging hij er alsnog mee aan de slag. Vlak voor het naar bed gaan en de volgende morgen tijdens het ontbijt, kon hij het volledig opzeggen. Straks moet dat nog een keer lukken maar dan voor een cijfer. Hij heeft er vertrouwen in. Wij ook.

Nederlanders

Er zijn vrienden op bezoek, Nederlanders. Ze komen in onze oude keuken nog net niet klem te zitten tussen vloer en plafond. Ik vind die lengte zelf al aardig indrukwekkend, laat staan hoe dat ervaren wordt door Fransen. Reuzen zijn het, die Nederlanders. Daarbij zijn de Nederlandse vrouwen niet alleen lang, maar in vergelijking met de Françaises, ook nog breed en blond. Tel daar de zelfbewuste houding en kleurige kleding bij op en je weet zeker dat Hollanders hier niet onopgemerkt voorbijgaan.

In de supermarkt pik je de Nederlanders er zo uit. Fransen gaan netjes aangekleed van huis. Nederlanders juist super casual en als het zo uitkomt, met haren nog nat van de douche of de kleding vies van de werkzaamheden aan tweede huis en tuin. Hier ondenkbaar. De vrouwen zijn geföhnd, opgemaakt en hooggehakt, de mannen onopvallend maar netjes gekleed. Een goede kont zie je zelden, want de pasvorm is blijkbaar minder belangrijk. Geen vieze of gescheurde kleding maar gek genoeg mogen trainingspakken dan weer wel, vooral Adidas is populair.

Die trainingspakken worden niet aangetrokken voor sport of recreatie maar voor de mooi. Recreatie is sowieso voorbehouden aan Nederlanders. Fransen gaan de natuur in om te jagen, paddestoelen te zoeken of te barbecuen. Als je dus iemand ziet met een rugzakje en wandelschoenen of hippe rubberlaarzen, is het vrijwel zeker een Nederlander. Vaak in het gezelschap van een hond. Hier wandelt niemand, laat staan met een hond. Honden horen op het erf, achter een hoog hek of in een hok. Af en toe mogen ze mee, om te jagen.

Zo kwam het dat we ons de afgelopen week met onze gasten een beetje ongemakkelijk in het bos begaven. Op de jagers na waren we de enigen, in de verte klonken de geweerschoten. We voelden ons met Hollands formaat, felle kleurtjes, blonde koppies en joelende kinderen een gemakkelijk doelwit. We vertrouwden er maar op dat de jagers het verschil kennen tussen een everzwijn en een être-humain. En dat ze geen hekel aan Nederlanders hebben.

Wintervakantie

Het is wintervakantie. Die duurt twee weken zoals alle schoolvakanties buiten de zomer. Veel mensen gaan skiën, in eigen land natuurlijk. Fransen gaan nauwelijks over de grens. Hoeft ook niet, je hebt hier voor ieder wat wils. De mensen die liever de zon opzoeken, gaan naar de Franse eilanden, zoals Martinique en Guadeloupe. Dat is wel zo gemakkelijk want daar spreken ze Frans.

Als mensen tijdens de schoolvakanties moeten werken, kunnen hun kinderen meedoen aan een vakantieprogramma. De kinderen worden op schooldagen opgevangen maar slapen thuis. Vanuit een centrale plek worden allerlei activiteiten in de buurt georganiseerd. De bijdrage voor dit programma is inkomensafhankelijk, dus in principe laagdrempelig. Colonies de vacances is ook mogelijk, maar dat vraagt een iets diepere duik in de portemonnee. Dit zijn vaak themaweken, zoals skiën en paardrijden, waarbij de kinderen een week van huis zijn.

Onze kinderen doen daar niet aan mee. In de zomer zijn er genoeg kinderen om mee te spelen en in de winter gaan we meestal naar Nederland. Weinig zon of sneeuw maar wel familie/vrienden en Nederlands sentiment: de Noordzee, de Hema, fietsen, schaatsen, grachten, vlak land en appeltaart met slagroom. We slaan dan gelijk een flinke voorraad pindakaas, stroop, ontbijtkoek en Indische producten in. Afgelopen week zijn we maar een paar dagen in Nederland geweest. We waren in de Toussaintvakantie (Allerheiligen) al aan onze trekken gekomen.

Aankomende week gaan we ons Franse vakantieprogramma afdraaien: zwemmen, bowlen, bioscoop, wandelen, McDonalds en eventueel een stad of museum. De jongens zijn er niet helemaal gerust op, ze zouden liever langer in Nederland zijn gebleven. Je zou bijna medelijden met ze krijgen, al die vrije dagen in de winter, wat moet je ermee. Gelukkig zijn er ook nog een paar verjaardagsfeestjes en komen er Nederlandse vriendjes. Die tweede week komen we ook nog wel door.

Chandeleur

Op 2 februari wordt la chandeleur gevierd, ook wel fête des chandelles (feest van de kaarsen). Dit is het officiële einde van de kerstperiode; het stalletje mag definitief de kast in. In de weken die vooraf gaan aan Chandeleur, adverteren de supermarkten met pannen, ingrediënten, vullingen en begeleidende drankjes voor crêpes (pannenkoeken). Traditiegetrouw worden op 2 februari namelijk pannenkoeken gegeten.

Voor de herkomst van deze traditie zijn allerlei verklaringen. Zoals bij veel christelijke feesten, is ook hier sprake van een mix met oudere religies. Vroeger werd rond dezelfde tijd door veel volkeren de terugkeer van het voorjaar gevierd en de grond ingewijd voor het eerste zaaigoed. De vorm en kleur van de pannenkoek zou mogelijk symbool staan voor de zon.

De Franse crêpes zijn door gebruik van meer eieren wat dunner dan de Nederlandse pannenkoeken. Vaak wordt er een scheut rum of oranjebloesemwater aan het beslag toegevoegd. Men gebruikt een speciale crêpepan om in te bakken; een koekenpan met lage rand. De serieuze pannenkoekenbakkers maken gebruik van een elektrische plaat. Met een beetje handigheid kun je hierop prachtige dunne crêpes maken.

Het beleg bestaat meestal uit suiker (en citroensap), jam of chocoladepasta. Voor hartige pannenkoeken, wordt vaak de Bretonse versie gebruikt: een galette, gemaakt van blé noir (boekweitmeel). Je moet dan niet denken aan een pannenkoek met kaas of spek maar eerder aan een gevulde pizza. De vulling kan van alles zijn: worstjes, champignons, gebakken eieren.

Crêpes zijn hier trouwens een echte avondmaaltijd. Tussen de middag wordt uitgebreid warm gegeten en ’s avonds ook, maar iets eenvoudiger. Daar passen pannenkoeken goed bij. Bij voorkeur met een glaasje cider.

Feb ‘13

Beroemd

Zoals al eerder gezegd is dit een rustige streek waar niet veel opzienbarends gebeurd. Om de plaatselijke krant toch gevuld te krijgen, wordt overal melding van gemaakt. Niet alleen van een brandje of inbraak, maar ook van het verenigingsleven en alle culturele activiteiten. Waar je ook heen gaat, wat je ook doet, hij is er altijd; de regionale verslaggever.

Bij de gemiddelde vereniging komt hij twee keer per jaar langs. Deze week was mijn gymclubje aan de beurt. De leden moeten op een rijtje gaan staan, worden vriendelijk verzocht om te lachen en vervolgens op de foto gezet. De instructeur verschaft dan nog wat praktische informatie en hop, dat kan de krant in. Alles duurt langer dan nodig, want de journalist is een popiejopie die zichzelf net iets te belangrijk vindt.

Als je naar een optreden gaat, maakt niet uit of dit van de plaatselijke toneelvereniging is of van het Orchestre de Picardie, is zijn collega aan zet, een rustige baardmans. Zit je ook niet op te wachten want hij gaat uitgebreid in beeld staan om goede foto’s te maken. Niet alleen van het spektakel, maar ook van het publiek. Daar gaat je anonimiteit. Weet de meneer van vijf huizen verderop ineens te melden dat je zondag bij de clowns aanwezig was.

Natuurlijk proberen ze ook verrassende feiten te brengen. We zijn een keer benaderd voor een interview in de veronderstelling dat we Engels waren. Dat zou groot nieuws zijn geweest want Engelsen zijn hier niet te vinden. Nederlanders wel, volop. Afgelopen zomer werd er een reportage gemaakt over Nederlanders en hun professionele activiteiten in de regio. Stonden we toch nog in de Courrier.

Als je alle foto’s en artikelen bij elkaar optelt, ga je haast geloven dat je een plaatselijke beroemdheid bent met de abonnees als fanclub. Rick treedt met de harmonie zo’n vijftien keer per jaar op. Die blijft zwaaien als we hier rondrijden. Zelfs de burgemeester van Hirson komt hem een handje geven.

Schoolbus

Vandaag rijdt de schoolbus niet. Gisteren is besloten om in het hele departement het schooltransport stil te leggen vanwege de voorspelde sneeuw. Gelukkig is dit niet voor niets gebeurd; er ligt een flink pak en het duurt meestal een dag voordat de wegen weer vrij zijn. Aangezien de meeste kinderen gebruik maken van de bus is er, op de dagen dat deze niet rijdt, geen schoolplicht.

In onze regio is het schoolvervoer gratis en rijdt de bus vier keer per dag. Op die manier kunnen de kinderen tussen de middag thuis eten. Behoorlijk luxe maar de kinderen ervaren dat vaak anders. De busreis duurt vergeleken met een autoritje veel langer en de begeleidsters zijn streng. De kinderen moeten (uiteraard) blijven zitten, ze mogen geen speelgoed uit hun tas halen (als er iets op de grond valt, hebben ze pech) en ze mogen alleen fluisteren (bij gewoon praten gaan de decibellen teveel omhoog, vandaar). Aangezien de meeste kinderen dat fluisteren maar twee seconden volhouden, komt het erop neer dat er helemaal niet gepraat mag worden. De ene begeleidster gaat daar wat strikter mee om dan de andere; er is een categorie ça va en een categorie méchant (gemeen). Op de terugweg naar huis (de bus stopt niet voor de deur) horen we hele klaagzangen aan. Die enkele keer dat we ze naar school brengen, wordt dan ook met gejuich ontvangen. Later opstaan en lekker schreeuwen op de achterbank. Zo fijn.

Vandaag hoeft dat niet. Wij hebben ons het eerste jaar braaf door de sneeuw heen geworsteld om de kinderen naar school te brengen. Dit bleek zinloos; er is een handvol kinderen aanwezig en dus wordt er gespeeld in plaats van lesgegeven. Bovendien heeft de juf van Tup besloten om zelf ook niet naar school te gaan. Ze is vorig jaar vanaf de besneeuwde weg met haar auto de greppel ingereden en wil dit niet nog een keer meemaken. Geen idee hoe al die buitenshuis werkende ouders dat oplossen maar voor ons is het gelukkig geen probleem. Feest dus. Grote sneeuwpoppen maken met de buurkinderen en genieten van een onverwachte vrije dag.

Cultuur

Afgelopen zondag zijn we in Hirson naar een clownoptreden geweest, georganiseerd in het kader van het tweejaarlijkse clownfestival. In cultureel opzicht zitten we een beetje in een uithoek, dus als er een keer iets is te doen, moet je zorgen dat je erbij bent. Dat heeft zo zijn voordelen; het schijnt dat nergens in Frankrijk de optredens zo goedkoop zijn als hier in de Thiérache. Met andere woorden: zwaar gesubsidieerd.

Dit heeft als doel om de simpele plattelandsmensen cultureel te verlichten. In december waren we bij een muziekoptreden waar dit vrijwel letterlijk zo werd gezegd. Ik kreeg de neiging om weer op te stappen. Wat een dédain. Hoe dan ook, er bestaan heel veel clubjes die proberen om cultuur (muziek, zang, dans, film, toneel etc.) toegankelijk te maken voor een groot publiek. Clubjes die zorgen voor de subsidie of de organisatie.

Die culturele missie heeft tot gevolg dat vrijwel elk optreden vooraf wordt gegaan door een uitgebreide introductie. Je bent zo een kwartier verder. De burgmeester wordt bedankt omdat hij ‘het optreden heeft mogelijk gemaakt’, de burgemeester vertelt op zijn beurt ‘hoe trots hij is om deze uitmuntende artiesten in zijn stad te mogen ontvangen’ en de voorzitter van de organiserende club verzorgt een verkorte jaarvergadering. Wanneer de vip’s zijn gaan zitten – op de beste plaatsen uiteraard - mogen we eindelijk gaan bekijken waarvoor we zijn gekomen. Vaak is dit van goede kwaliteit.

Deze keer zat het tegen: drie klassieke clownsduo’s (August en Pierrot), die niet goed konden musiceren maar dat wel steeds deden, hadden besloten om alledrie hetzelfde soort grapjes te maken en om hiermee tot in het oneindige door te gaan. Twee uur heeft het geduurd, de intro van de burgemeester en de voorzitter niet meegerekend. Te lang voor de kleintjes en zeer vermoeiend voor de groten. Alles wat er tussenin zat, heeft echter heel erg hard moeten lachen. Die zielen zijn gered.

Gezondheidszorg

In 2000 is de Franse gezondheidszorg door de wereldgezondheidsorganisatie verkozen tot de beste ter wereld. Het is echter ook één van de duurste ter wereld. De kosten dalen maar moeten nog verder worden beperkt. Dit besef is nog niet in alle lagen van de zorg doorgedrongen.

Onze oude buurman (nee, niet die van de koffie) ligt in het ziekenhuis en mag tot zijn verdriet nog niet naar huis. Hij was erg vermoeid en moet een aantal onderzoeken ondergaan. Het wachten is op de cardioloog en dat duurt al twee weken. Hij houdt een duur bed bezet maar moet zijn plas wegens onderbezetting in een luier laten lopen. Kan hij dat onderzoek niet beter thuis afwachten?

In datzelfde ziekenhuis liggen ook moeders die net een kind hebben gekregen. Alle bevallingen vinden plaats in de kliniek en moeder en kind gaan pas na vijf dagen weer naar huis. Tja, ik geef toe, de twee uren kraamhulp die ik in Amsterdam per dag kreeg, waren een beetje weinig. Maar vijf dagen in het ziekenhuis …

Ook als je met gezondheidsklachten in het ziekenhuis komt, worden kosten noch moeite gespaard. Dat ondervonden we toen we met één van de jongens vanwege heftige buikpijn naar de ‘urgences’ (eerstehulppost) gingen. Met een buikfoto en vier buisjes bloed was het onderzoek erg grondig. De oorzaak bleek lucht in de darmen; pijnlijk maar onschuldig. Niettemin werden we voor pillen naar de apotheek gestuurd.

Dat is hier heel normaal; geen doktersconsult zonder recept. Ook bij griep of andere ongemakken. De artsen reageren een beetje meewarig als je te kennen geeft dat je liever niets wilt gebruiken. Het niet te lezen recept blijkt bij de apotheek te bestaan uit een tas vol pillen, poeders en pleisters. Het medicijngebruik is dan ook enorm en alles wordt vergoed.

Een ruime meerderheid van de Fransen is tevreden over het zorgstelsel. Het is te hopen dat ondanks alle bezuinigingen, de kwaliteit gehandhaafd kan blijven. Toch lijkt mij dat een beetje minder pamperen geen kwaad kan. Goed voor de Franse portemonnee en goed voor onze buurman.

Koffie

Onze buurman komt bijna dagelijks bij ons langs. Dat vinden wij leuk; het is gezellig, we horen de nieuwtjes en leren er een beetje Frans bij. Hij kwam als vrachtwagenchauffeur regelmatig in Nederland. Wat hem vooral is bijgebleven, zijn de Nederlandse arbeidsvitaminen: muziek en koffie. Van dat laatste kon hij ook meeprofiteren; overal waar hij kwam, kreeg hij een bakkie aangeboden.

Dat is hier anders: bij de kapper, de garage of de bouwwinkel hoef je geen koffiemachine te verwachten.

De meeste mensen zorgen bij het ontbijt voor een flinke hoeveelheid cafeïne: zij drinken koffie uit een bol (grote kom) met veel melk. In die kom wordt dan gelijk het brood gesopt, want wat moet je anders met stokbrood van een dag oud. Kinderen gebruiken daar (chocolade)melk voor, maar drinken soms ook café au lait. Wij vinden dat laatste gek, maar ja, onze kinderen drinken thee en dat wordt door de Fransen weer raar gevonden.

Buitenshuis drink je koffie in de kroeg. Je bestelt een grote of kleine café (espressosterkte), desgewenst met melk. Veel klanten kopen tegelijkertijd een gokformulier want gokken (paardenraces, lotto etc.) is hier een favoriete bezigheid. De uitslagen zijn vaak direct op een beeldscherm te volgen waardoor de gasten wat langer blijven hangen. De kroegen varen er wel bij.

Als je bij mensen op bezoek gaat, krijg je trouwens gewoon un café aangeboden en geen wijn zoals iedereen altijd denkt. Veel pads, poeder of in de magnetron opgewarmde filterkoffie. Genieten dus. Bij de buurman is het niet veel beter: vers maar doorzichtig. Verder hebben we niets te zeuren hoor. Je kunt altijd bij de mensen aankloppen als je zin hebt in een praatje. Agenda’s trekken is niet nodig. De kwaliteit van de koffie nemen we graag op de koop toe. Dat doet onze buurman ook als hij van ons een bakkie krijgt aangeboden.

Epiphanie

De eerste zondag van januari wordt Epiphanie (Driekoningen) gevierd. Hier geen kinderen langs de deur die snoep vragen maar samen met vrienden of familie een galette des roi eten. De galette is meestal een taart van bladerdeeg met een spijsvulling. In de vulling zit een fève verstopt. Degene die hem aantreft in zijn stuk taart, is de koning en mag vervolgens zijn koning of haar koningin uitkiezen. De gewoonte is dat de jongste onder tafel gaat zitten en bepaalt wie welk stuk taart krijgt. Zo krijgt degene die de taart aansnijdt, geen kans om vals te spelen.

Een fève is letterlijk een tuinboon, vroeger was dat goed genoeg. Tegenwoordig is de commercie daar opgedoken. Al in november kun je de eerste galettes kopen met daarin prachtige kleine beeldjes verstopt. Ieder merk galette gebruikt daarvoor zijn eigen serie. Dat wil zeggen, allemaal verschillende poppetjes in hetzelfde thema. Dat werkt altijd, als je er één hebt, wil je ze allemaal. Vooral de kinderen natuurlijk. Ter inspiratie worden vaak populaire tekenfilms gebruikt. Dat sterkt mij weer in mijn overtuiging om de kinderen zo min mogelijk mee te nemen naar de supermarkt. Voor je het weet kom je thuis met een Asterix taart van inferieure kwaliteit.

Dit jaar hebben we maar eens een eigen baksel geprobeerd. De kunst is om een mooie fève en een kroon te vinden. Die zitten normaal bij de koop ingesloten maar kom er los maar eens om. Zelf dus maar een kroon geknipt en een mooi speldje in de taart verstopt (een beeldje van vorig jaar is ook zo flauw). Resultaat: ontevredenheid alom. Ma is niet blij met de smaak, iedereen heeft teveel gegeten (de taart viel groot uit maar moet om de fève te vinden natuurlijk in één keer op), de oudste is voor het derde jaar achtereen koning (het is niet eerlijk!) en het speldje…ach. Volgend jaar dan toch maar weer Asterix?

Kerst

De kerstdagen brengen we door met een vriend en zijn zoon. De moeder van een vriendje van de kinderen reageert geschokt; kerst zonder familie, ondenkbaar. Kerstavond (réveillon) is ontzettend belangrijk; de familie komt bijeen om cadeaus uit te wisselen, Père Noël verwent de kleinsten en er wordt natuurlijk uitgebreid gegeten. Op kerstdag (tweede kerstdag bestaat niet) wordt dit eventueel bij de andere familie nog eens overgedaan.

Onderdeel van de maaltijd is standaard foie gras (ganzenlever), de winkels liggen er in december vol mee. Het wordt puur gegeten of verwerkt in allerlei gerechten. Je hoeft de radio of televisie maar aan te zetten of het gaat over foie gras. Koks laten zien wat je ermee kan doen, luisteraars wisselen recepten uit en consumentenprogramma’s doen een vergelijkend warenonderzoek. Dierenwelzijn wordt hierin niet meegewogen. In Frankrijk is het heel gewoon om de ganzen met een trechter in de keel te voeren zodat ze in december lekker vet zijn. Niemand lijkt daarmee te zitten, sterker nog, men is trots op dit nationale product. Wij vinden dat als hele en halve vegetariër iets lastiger.

Het dessert is wel veilig; dit is traditioneel een bûche (boomstammetje). Vroeger werd een mooi houtblok uitgezocht om op kerstavond in de haard te stoppen, als eerbetoon aan het terugkerende licht. Hoewel in Frankrijk nog veel mensen op hout stoken (steeds meer door de hoge energiekosten), wordt het stammetje tegenwoordig opgediend in de vorm van gebak. Nepfransen die we zijn, kan de crèmevulling ons niet echt bekoren. Gelukkig biedt de ijsuitvoering uitkomst.

Kerstfeest op school

De vrijdagavond voor de kerstvakantie wordt het jaarlijkse schoolkerstfeest georganiseerd. Eigenlijk is het meer een voorstelling; elke klas heeft een dans, liedje of toneelstukje voorbereid. ’s Middags help ik met de voorbereidingen: buffet en stoelen klaarzetten en de door de leerlingen gemaakte versieringen ophangen. Vanaf 18 uur is het zover. Tot vorig jaar was dit een lange zit (eindigend rond 21.30 uur) in een warme, overvolle zaal. De kleuters kon je na afloop letterlijk wegdragen. Tot onze opluchting is besloten om er wat meer vaart in te brengen: de klassen laten hun voorstelling nu één keer zien in plaats van twee keer.

Om de magen te vullen en de schoolkas te spekken, kopen we tijdens de pauze de door de ouders gemaakte taarten en quiches. Verder hebben de oudste schoolkinderen van tevoren lootjes verkocht waarvan je de prijsjes (wijn, champagne, bonbons) gedurende de avond kunt ophalen. Met de handen vol met drankjes, gebak en prijsjes baant iedereen zich een weg naar zit- of staanplaats en praat ondertussen met Jan en alleman. In een kleine plattelandsgemeenschap lijkt iedereen elkaar te kennen. We maken daar steeds meer deel van uit waardoor we er niet meer zo verloren bijstaan als in het begin.

Aan het einde van de avond verzamelen alle kinderen zich op het toneel en zingen ‘petit papa Noël’. Deze kerstklassieker (prachtige versie op youtube van Mireille Mathieu) is het startsein voor de komst van Père Noël (de kerstman). Père Noël neemt ook plaats op het toneel en roept de inmiddels oververhitte kinderen om de beurt naar voren. Ze zitten allemaal even op schoot bij de oude heer (ja, ook de groten) voor een praatje (of je sage bent geweest), een cadeautje (een lees- of prentenboek) en een grote zak snoepgoed waarvan de helft in de vuilniszak belandt (sommige snoepjes lust zelfs Rick niet). De zak snoep - vies of niet - wordt uiteraard als eerste opengetrokken, het boek voor de vorm even doorgebladerd. De kerstvakantie kan beginnen.

Sainte Cécile

Elk jaar wordt voor de leden van de plaatselijke harmonie en hun gezin een feestje georganiseerd ter ere van Sainte Cecile (beschermheilige voor de muzikanten). Rick speelt bij de harmonie dus wij zijn van de partij. Dat begint met een muzikale bijdrage van de harmonie tijdens de kerkmis. Aangezien de meerderheid van de Fransen katholiek is, wordt er voor het gemak vanuit gegaan dat je daar als harmonielid geen bezwaar tegen hebt. Na de mis verzamelen de leden zich samen met de leerlingen van de muziekschool in de salle polyvalente (zaal voor allerlei doeleinden).

Tegen acht uur ’s avonds en na een uur kerkmis hebben we eigenlijk wel behoefte aan een drankje maar eerst volgt er een officieel moment. De burgemeester overhandigd aan de leerlingen van de muziekschool hun diploma, de nieuwe harmonieleden krijgen een speldje en leden met 5, 25 of 50 jaar lidmaatschap een medaille. Dan volgt eindelijk de ‘vin d’honneurs’- een glas champagne met hapje - waarna het feest echt kan beginnen.

In Frankrijk gaat een feest altijd samen met een maaltijd, in dit geval een vrij uitgebreide. Als je op z’n Hollands even snel wilt eten en daarna feesten, kom je bedrogen uit. Rond half tien wordt het eerste voorgerecht geserveerd en om twee uur ’s nachts eten we het nagerecht.

Tussen de zes gangen door wordt er gedanst (Franse nummers en Boney M zijn favoriet), muziek gemaakt (veel accordeon), gezongen (oude chansons) of een spelletje gedaan. Iedereen doet mee, jong en oud. Ondertussen rennen de kinderen met z’n allen rond. Voor Franse kinderen wordt geen oppas geregeld, zij horen er gewoon bij.

Na een kopje koffie gaan we om half drie naar huis want de jongens komen nu wel erg vaak op schoot zitten. Het feestje is nog niet ten einde waardoor we de uiensoep die gepland staat als uitsmijter helaas moeten missen.

Schoolzwemmen

In onze regio is het niet vanzelfsprekend dat kinderen leren zwemmen. Veel ouders kunnen zelf niet zwemmen en nemen hun kinderen dus niet mee naar het zwembad. Bovendien hebben veel ouders helemaal geen geld voor zwemles. Op de leeftijd dat Nederlandse kinderen allang kunnen zwemmen, zijn hier veel kinderen nog niet eens watervrij. Voor ons Nederlanders ondenkbaar.

Volgens het schoolprogramma moeten kinderen kunnen zwemmen voordat zij naar de middelbare school gaan. Om dit mogelijk te maken, mogen de scholen gratis gebruik maken van het plaatselijke zwembad. Onze school doet dat helaas pas vanaf groep 6.

Tijdens het schoolzwemmen zijn twee zwemleraren beschikbaar voor ca. 50 kinderen. De zwemleraren geven les aan de kinderen die watervrij zijn of al kunnen zwemmen. Aan de leerkrachten de schone taak om de overige kinderen vertrouwd te maken met water. Ouderhulp is daarbij geen overbodige luxe. Ik heb me aangemeld maar voor het zover is, moet ik eerst een aantal stappen nemen.

Als eerste moet ik een vergadering bijwonen van de onderwijsinspectie. Nou ja, vergadering: de assistente van de onderwijsinspecteur legt uit wat er wel en niet van de ouders wordt verwacht. Daarna moet ik een test afleggen in het zwembad. Het is namelijk een beetje lastig als zou blijken dat ik zelf niet kan zwemmen. En als laatste punt moet ik - als dat nog niet geregeld is - zorgen voor een aansprakelijkheidsverzekering. Je weet immers maar nooit. Kortom, het kost wat moeite maar de assistente benadrukt dat we daarna het recht hebben om de komende vijf jaar het schoolzwemmen te begeleiden, in de hele provincie. Dat is dan toch maar mooi meegenomen.

Muziekles

Als je in Frankrijk naar de muziekschool gaat, leer je geen instrument bespelen zonder aparte solfège lessen. Zes jaar lang, elke week, inclusief huiswerk en na elk jaar een examen. Voor veel instrumenten geldt dat je deze pas mag gaan bespelen als je voor het eerste examen bent geslaagd. Voorafgaande aan de solfègelessen kan nog een of twee jaar jardin musicale worden gevolgd; een op speelse wijze - dachten wij - kennismaken met de muziek. In de praktijk bestaan ook deze lessen uit het leren herkennen (en overschrijven!) van muzieknoten.

Zo kan het dus gebeuren dat een kind drie jaar lang theorieles heeft, voordat hij een instrument leert bespelen. Niet echt bemoedigend. Chevy heeft geluk gehad; die mocht al op pianoles tijdens het tweede jaar jardin musicale. Zijn broertje heeft pech; die wil trompet leren spelen en volgt het lange traject. Een vriendje in hetzelfde jaar ziet het niet meer zitten. Rick denkt, kom, ik leen mijn trompet uit en help hem alvast een beetje op weg.

Dit blijkt niet zo’n goed idee te zijn. Het jongetje wordt ‘betrapt’ (hij heeft de trompet meegenomen naar solfège) waarna zowel zijn moeder als Rick door de muziekjuf op het matje worden geroepen.

Eerst moeten we daar een beetje schaapachtig om lachen maar de juf is werkelijk not amused. Wat Rick met z’n eigen zoon doet, moet hijzelf weten maar een ander kind lesgeven kan echt niet: er wordt een leerling weggepikt, de jongen in kwestie kent zijn noten nog niet, hij is te klein voor het instrument en er wordt afgeweken van de gebruikelijke lesmethode.

Tja, de methode, een lesboek uit 1964. We proberen hier voorzichtig tegen in te brengen dat internet ook hele goede methodieken oplevert en dat er alleen sprake is van een verkennende fase. Met een beetje mazzel ziet het jochie het licht weer en gaat hij volgend jaar gewoon bij haar op trompetles. De juf is niet overtuigd maar kan de ‘lessen’ uiteraard niet tegenhouden. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd, dat is duidelijk.